
Home > China > Van Beijing naar Hongkong > Reisverslag dag 16
9 april - 10 mei 2025 (32 dagen)
Vandaag hebben we nog de hele dag in Chengdu. Vanavond hebben we een vlucht naar Shangri-La. Ik heb gekeken hoe ik bij de Anshun Bridge kan komen. Een bijzondere boogbrug over de Jinjiang rivier. Daarvandaan wil ik langs de rivier terugwandelen. Enkele reisgenoten gaan mee. Om bij de brug te komen nemen we de subway. Het is ongeveer een kwartiertje lopen naar de dichtstbijzijnde halte. Er is geen loket. Gelukkig kunnen we de automaat in het Engels bedienen. We moeten vijf haltes met lijn 3. Het is even goed opletten dat we in de metro in de juiste richting stappen. Bij de halte Chunxi Road stappen we uit. Hier volgen we de borden richting lijn 2. We gaan nog een halte mee tot Dongmen Bridge metrohalte. Wanneer we weer boven de grond komen, staan we naast enkele wolkenkrabbers. We volgen het water. Dit water leidt naar de Jinjiang rivier. Langs het water zijn mensen aan het dansen of doen gymnastiek. Na een kwartiertje komen we bij de bredere stadsrivier. Hier zie ik ook de Anshun Bridge. Al in de dertiende eeuw schreef Marco Polo over een eerdere versie van de Anshun Bridge. In de 17de eeuw kreeg de houten brug twee lagen. Door overstromingen is de brug herhaaldelijk herbouwd in de 18de eeuw. De laatste keer werd de brug in 1981 verwoest door hoog water. Het stadsbestuur van Chengdu besloot in 2000 om een replica van de oorspronkelijke brug te bouwen. De Anshun Bridge werd in 2003 gerealiseerd. De brug wordt vooral ‘s avonds mooi uitgelicht. Toch is de brug ook bij daglicht de moeite waard. Aan de andere zijde van de brug volgen we de Jinjiang rivier.
Langs het water loopt een wandelpad. Langs de oever zitten verschillende soorten vogels. De gebouwen aan de overzijde weerspiegelen mooi in het water. In een klein barretje bestellen we koffie. Het meisje dat bedient vindt het duidelijk leuk om Europese toeristen te bedienen. Wanneer we vertrekken, zwaait ze ons enthousiast na. De wandeling langs de rivier is ongeveer vijf kilometer. Veel mensen zeggen ons gedag. Dit lijkt geen gebied waar vaak toeristen komen. Kleine kinderen staren ons na. Soms durven ze voorzichtig terug te zwaaien. Rond half één arriveren we bij het Wuhou Shrine park. Hier is het duidelijk wel toeristisch. Winkels puilen uit met panda knuffels. Bij het park ligt de Jinli Ancient Street. Een straat vol winkels en eetkraampjes. Hier hangt een gezellig sfeer. We kopen bij verschillende kraampjes iets te eten en nemen plaats bij een van de tafels. Na de lunch splitsen we op. Ik ga naar het mausoleum van Wuhou. Dit is een herdenkingsmonument voor Liu Bei, de eerste keizer van het Shu-koninkrijk, tijdens de Drie Koninkrijken periode (220-280 na Chr.). Ik kom het museum binnen door een zijingang. Hierdoor zie ik pas later dat grote groepen Chinese toeristen via de hoofdingang achter gidsen met vlaggetjes aanlopen. Deze drukte had ik bij dit mausoleum niet verwacht. Omdat ik geen plattegrond van het mausoleum heb, volg ik de wegwijzers. Het mausoleum zelf valt wat tegen. Meer dan een Boeddha standbeeld is het niet. De Tombe van Hui, officieel de grafheuvel van Liu Bei, bevindt zich binnen het Wuhou-complex. Het is de enige bewaard gebleven keizerlijke tombe uit de Drie Koninkrijken-periode. Ik maak een rondje om de grafheuvel. Het park waar het mausoleum zich bevindt is ook prachtig. De Bonsai tuin, de bruggetjes en de bloeiende rododendrons. Ik ga even zitten en kijk naar de mensen die passeren. Weer buiten het park wandel ik langs de kraampjes. Ik probeer een stick met deegbollen. Het heeft wat weg van oliebollen. Om half vijf is iedereen weer terug bij het hotel. Het is tijd om Chengdu te verlaten. Met de bus rijden we in ruim een uur naar de luchthaven van Chengdu. Het inchecken verloopt redelijk snel. De handbagagecontrole daarna verloopt voor sommige reisgenoten minder soepel. De controle voor deze binnenlandse vlucht lijkt strenger dan voor een internationale vlucht. Ik bestel een kipgerecht en wacht op de vlucht. Rond acht uur kunnen we aan boord. Om precies half negen, de geplande vertrektijd, stijgt de vlucht van Chinese Eastern Airlines op op weg naar Shangri-La. Een vlucht van net iets meer dan een uurtje. Om kwart voor tien in de avond landen we op de luchthaven van Shangri-La. Direct wanneer ik het vliegtuig uit kom, merk ik dat de temperatuur ruim twintig graden lager is. Ik trek mijn trui en jas aan. Shangri-La ligt op 3.300 meter hoogte. Dit betekent dat ik nu bijna tweeduizend meter hoger ben. De luchthaven van Shangri-La is klein. De bagage komt snel op de band. De bus staat al voor het luchthavengebouw te wachten. In het donker rijden we naar het centrum van Shangri-La. De oude ommuurde stad is autovrij.
We stappen uit bij de stadspoort. De poort is mooi verlicht. De bagage wordt in een klein elektrisch karretje geladen van het hotel. We hebben te veel bagage en de chauffeur moet twee keer rijden. Wij gaan lopend naar het hotel. Direct wanneer ik onder de stadspoort doorloop, beland ik in leuke oude straatjes. In 2014 is het stadje zwaar getroffen door een stadsbrand. Gelukkig is de stad volledig hersteld. Het hotel heeft mooie en ruime kamers. Alles oogt nieuw. Er is zelfs vloerverwarming. Het is inmiddels elf uur. Ik ga mijn bed in.