
Home > China > Van Beijing naar Hongkong > Reisverslag dag 7
9 april - 10 mei 2025 (32 dagen)
Ik slaap ‘s nachts in de trein redelijk goed en vast. Rond half zeven word ik wakker. We zijn dan nog iets van meer dan een uur van Xi’an verwijderd. Ik kleed mij aan en was mij een beetje. Meer dan de slaap uit mijn ogen spoelen is het niet. Ik stop alle spullen terug in mijn reistas. Met een kleine vertraging rijden we om acht uur het station van Xi’an binnen. Net als in Beijing is dit een erg groot station met veel sporen. Frank leidt ons naar buiten. Ook hier wordt mijn paspoort weer gescand bij het uitchecken. Ook hier is mijn paspoort mijn ticket. Het is een klein stukje lopen naar de bus parkeerplaats. De bus rijdt ons om de ommuurde binnenstad heen. Xi’an is de enige Chinese stad waar de stadsmuur nog volledig intact is. De muur is gebouwd in een rechthoek en heeft een omtrek van bijna veertien kilometer. Het hotel ligt net buiten de stadsmuur aan de westzijde. Wanneer we arriveren, kunnen we direct aansluiten voor het ontbijt. Een ontbijt met toast en ei. Ook wel weer eens lekker. De koffie is van goede kwaliteit. Ook de kamers zijn al beschikbaar. Dit is wel zo lekker. Er is nog een meevaller. Omdat het hotel alleen maar tweepersoonsbedden heeft, krijgt iedereen die alleen reist een eigen kamer. Ongeacht of je speciaal voor een eigen kamer gekozen hebt of niet. Op de kamer neem ik een douche en kleed mij om. Om half elf staat de bus weer gereed. Dit keer om ons naar het beroemde Terracotta leger te brengen. In 1974 vond een boer bij toeval een stenen hoofd, toen hij op zijn land een waterput wilde slaan. De opgravingen legde meer dan 7.000 manshoge stenen soldaten bloot. Het Terracotta Leger is een enorme verzameling van levensgrote terracotta beelden die 2200 jaar gelegen gemaakt zijn als grafgeschenk voor de eerste keizer van China, Qin Shi Huangdi. De keizer dacht dat zijn soldaten hem in de nabijheid van zijn mausoleum, ook in het hiernamaals kunnen beschermen. Bij de ingang wordt mijn paspoort weer gescand, om het toegangshekje te openen. Even verderop moet dit opnieuw. Waarom is mij onduidelijk. We zijn vandaag duidelijk niet alleen. Een stroom mensen loopt naar de eerste ‘pit’. In deze hal, op deze locatie werd ooit de eerste soldaat gevonden. Onder een enorme overkapping zijn inmiddels duizenden beelden gevonden.
De archeologische opgravingen vinden hier nog steeds plaats. Ik zie de stenen beelden in linies achter elkaar staan. Wat een bijzonder mooi gezicht. Wel moet ik een beetje duwen om een plekje vooraan te bemachtigen. Overal proberen mensen hun beste foto te maken. Gelukkig is de gemiddelde Chinees niet zo groot. Na de eerste hal, bezoeken we eerst zaal nummer drie. Dit is de meest recentste ontdekking. De beelden die hier afgebeeld staan, lijken een commandopost te vormen. Dit zijn de meer hogergeplaatste legereenheden. Tenslotte bekijken we ook zaal twee. Hier is men nog druk bezig met de opgravingen. Echter omdat bij de opgravingen en de blootstelling aan lucht en licht de kleur van de beelden snel verdwijnt, wacht men met verdere opgravingen tot men een methode heeft gevonden om de beelden te kunnen behouden met hun kleur. Het is heel bijzonder te realiseren dat dit Unesco werelderfgoed pas vijftig jaar geleden ontdekt is. Voor de lunch gaan we naar een lokale farmer. Een boer die zijn land heeft moeten af staan aan de archeologisch opgravingen. De man is een neef van de ‘ontdekker’. Voordat we bij het huis aankomen, moeten we door een woud aan winkeltjes, restaurants en souvenirverkopers. Het lijkt wel meer een kermis. De lunch bestaat uit verschillende gerechten die op de glazen draaiende plaat gezet worden. Als laatste gerecht komt de zelfgemaakte noedels op tafel. De eigenaar en kok komen nog even laten zien hoe zij de noedels van het deeg maken. Het is een lekkere lunch. Het is inmiddels al bijna vier uur wanneer we weer terugrijden naar het centrum van Xi’an. Frank bereid ons voor op het spitsuur, maar dit valt gelukkig mee. Hierdoor heb ik nog even de tijd om mijn kamer om rustig aan te doen. Om half zeven nemen we bus 221 naar het centrum van de stad. De bus draait onder de West gate door en rijdt de ommuurde oude stad binnen. Vier haltes verder stappen we bij de Bell Tower uit. Het begint net schemerig te worden. In de nabijheid van de Bell Tower, staat de Drum Tower. De toren wordt mooi uitgelicht. Achter de Drum Tower begint de moslimwijk. Hier bevinden zich talrijke restaurants en kraampjes met eten. Het is druk op straat tussen de felverlichte kraampjes. Ik ga eerst naar de Grand Mosque. De Huajuexiangsi moskee van Xi’an is één van de grootste moskeeën van China. Het is al donker wanneer we de moskee betreden. In het schemer zien we dat de moskee is verdeeld in vijf courtyards, paviljoenen en hallen. De moskee werd in 742 gesticht door Arabische kolonisten. In het straatje naast de moskee zit een fish spa. Dit heb ik nooit eerder gedaan. Even later zit ik met mijn voeten in een bak met vissen, die direct beginnen te knabbelen aan mijn voeten. Het kriebelt onaangenaam. Toch went het snel. De visjes eten de dode huidcellen van mijn voeten. Het schijnt gezond te zijn. Toch houd ik het na tien minuten voor gezien. Het is jammer voor de hongerige visjes, maar ik ga weer verder dwalen langs de kraampjes en straten.
Overal wordt eten aangeboden. Soms is er de mogelijk om iets kleins te proeven. Een jongen staat sticks met vlees te bakken. Dit ziet er wel lekker en betrouwbaar uit. Misschien was de dip in de spicy bak aan het einde net iets te veel. Het vlees smaakt prima, maar is wel spicy. Aan de overzijde bestel ik een kokos-ijs-drankje. We zien nog verschillende gerechten. Een gekleurde rijst spies, maiswaffels, inktvis-spiesen. Alles is hier te koop. De rest van de groep gaat terug met de bus. Ik besluit nog even te blijven. Ik loop een winkel in die grote draak boven de entree heeft hangen. Dit blijkt een zilverwinkel te zijn. Met de vertaalapp word ik welkom geheten. Wanneer ik terug typ dat ik niet wist in wat voor zaak ik liep, maar op zoek ben naar eten, typt het meisje lachend dat het eten in deze straat niet zo goed is. Lachend nemen we afscheid. Al dwalend kom ik bij de Bell Tower. De Bell Tower van Xi’an staat midden op de rotonde en vormt het midden van de ommuurde oude stad. Het is druk op straat en sommige mensen gaan even zitten om van het prachtige zicht op de Bell Tower te genieten. Ik besluit terug te lopen naar het hotel. Dit is nog best een trippel van ruim drie kilometer. Ik heb meerdere opties, maar tussen alle winkels en kraampjes door lijkt mij het leukste. Ik wil er eigenlijk een beetje de pas in zetten, maar hiervoor is het te druk op straat. Ik moet mensen ontwijken, maar ook passerende brommertjes. Wanneer ik halverwege ben, zie ik enkele tuk-tuks staan. Ik vraag één van hen mij naar de kleine West gate te brengen. Het gaat wat aarzelend omdat er twee gates aan de westzijde zijn. Onderweg gebaar ik een keer rechtsaf en de chauffeur begrijpt waar ik heen wil. Ik had er niet eerder aan gedacht, maar ik heb ook een kaartje met mijn hotel naam in het Chinees. De tuk-tuk wordt even geparkeerd en het adres is de app ingetoetst. Wanneer we de stadsmuur passeren komen we bij de grote verkeersrotonde. Het verkeer rijdt hier drie rijen dik. Voor mijn tuk-tuk driver geen probleem. Hij rijdt tegen het verkeer in over de rotonde om mij even later veilig voor het hotel af te kunnen zetten. Dit avontuur vond ik de twintig yuan wel waard, al had ik waarschijnlijk nog moeten afdingen. In het winkeltje naast het hotel koop ik een biertje voor op de kamer. Het is een mooie dag geweest.