
Home > Nieuw-Zeeland > Fiji en Nieuw Zeeland > Reisverslag dag 34
28 december 2018 - 2 februari 2019 (39 dagen)
In de noordelijke buitenwijk van Dunedin ligt Baldwin street. Baldwin street is volgens het Guiness Book of Records de steilste straat ter wereld. Het stijgingspercentage is 35 procent. We parkeren de auto beneden. Tientallen toeristen beklimmen de straat. Sommige lopen achteruit. Zou dit makkelijker gaan? Bij het omhoog lopen merk ik direct de steilheid. Door de ochtenddauw is de weg zelfs een beetje glad. Hoe komen de bewoners van de huizen aan deze straat normaal thuis? Als je iets laat vallen ligt het direct honderd meter lager. Bizar. We volgen de kust in noordelijke richting. We passeren Moeraki Boulders beach. In de baai liggen grote ronde stenen. Sommige stenen hebben een doorsnede van twee meter.
Hoe zijn deze stenen zo gevormd en waarom liggen ze alleen hier? Het vermoeden bestaat dat ze zo,n 60 miljoen jaar geleden gesleten zijn door het zand en op deze plek achtergebleven zijn. Buitenaardse bollen of eieren van dinosauriërs lijken mij minder logische theorieën. Het is opvallend hoeveel toeristen hier rondlopen. Ik heb in Nieuw Zeeland nog niet zoveel toeristen bijeen gezien. Waarschijnlijk is dit een ideale plek voor bussen om even te stoppen. In het volgende stadje, Oumaru, is een opvang voor de kleine blauwe pinguïns. Normaliter kun je deze pinguïns alleen 's avonds zien. Hier hebben ze echter ook de mogelijkheid om de pinguïns tijdens het broeden te bekijken zonder ze te storen. Wanneer we bij het centrum aankomen, blijkt er geen pinguïn meer op het nest te zitten. Alle pinguïns zijn op zee. We kunnen ze niet zien. Het stadje Oumaru bestaat uit veel oude gebouwen uit de negentiende eeuw. In veel oude pakhuizen zitten nu kunstgalerijen. We wandelen door de hoofdstraat. Het straatbeeld kan zo van een Europese stad zijn. Niet vreemd natuurlijk met alle Britse invloeden. We verlaten de kust en rijden het binnenland weer in.
De weg loopt door het glooiende landschap. In de verte zien we de bergen van het Mount Cook gebergte al liggen. Het weer is goed en de bergtoppen zijn uit de wolken. Hoe anders was het anderhalve week geleden, toen we in Franz Josef aan de andere kant van dit bergmassief stonden. Om drie uur arriveren we in Trezel. Een klein plaatsje bij de toegangsweg naar het Mount Cook National park. Hier overnachten we in een prima motel. Vanuit Trezel is het nog een klein uurtje rijden tot het park. Zodra we de weg in slaan, zien we een bord voor vluchten over de gletsjer. Het blijkt om een rondvlucht te gaan in een klein vliegtuigje. De eigenaar geeft aan dat de wind vandaag stevig is, maar als we een bumpy flight niet erg vinden, we direct in kunnen stappen. Morgen lijkt het weer beter, zegt hij. Bel me maar als jullie mee willen. Onze voorkeur gaat uit naar een ijslanding op de gletsjer met een helikopter. Enkele kilometers verder staat een bord voor Heliflights. Een vlucht voor morgen is nog mogelijk om één uur. Voor vandaag staat er teveel wind voor een helikopter, maar morgen lijkt het weer gunstiger, zegt de medewerkster.
Morgenochtend wordt het besluit genomen. We kunnen om negen uur bellen om te vragen of de vlucht door gaat. We besluiten de vlucht vast te leggen. Duimen dat het lukt. We rijden verder naar Mount Cook. De berg steekt fraai af tegen het blauwe water van het Pukaki meer. We parkeren de auto aan het begin van de Kea track. Een korte wandeling naar een gletsjermeer. Hiervandaan hebben we uitzicht op de gletsjers in dit gebied. Op de meeste bergtoppen ligt sneeuw. De winnaar is en blijft de hoogste berg van Nieuw Zeeland: Mount Cook. De berg ligt stalend in de zon. Wat een prachtig gezicht. Hopelijk ligt de Tasman gletsjer er morgen net zo bij en staat er niet te veel wind. We rijden terug naar Twezel.