
Home > Brazilië > Uruguay, Argentinië en Brazilië > Reisverslag dag 24
26 sept - 20 okt 2019 (25 dagen)
De laatste dag is aangebroken. Ik herpak mijn bagage voor de vlucht terug naar Nederland. Ook pak ik mijn bagage voor een deltaflight boven Rio. Met drie andere reisgenoten word ik om tien uur opgehaald bij het hotel voor een spectaculaire glijvlucht over de stad. Om tien uur is er nog niemand. Tien minuten later ook niet. Bij navraag bij de receptie, blijkt er gebeld te zijn. De wind op de berg is te heftig. Er kan niet gevlogen worden. Met deze optie had ik helemaal geen rekening gehouden. Een grote teleurstelling maakt zich van mij meester. Misschien knapt het weer nog op? Dan zouden we vanmiddag nog kunnen. Marcio, is niet heel optimistisch, maar misschien verandert het weer, geeft hij aan. Wat gaan wij nu doen? We besluiten met een taxi naar de botanische tuin van Rio te gaan. Hiervandaan kunnen we rond twaalf uur contact zoeken met Marcio. Mocht het mogelijk zijn kunnen we om 13:00 uur vliegen. De botanische tuin is in 1808 gesticht door Johan van Portugal. De tuin is fraai aangelegd. Brede paden tussen uiteenlopende boomsoorten. Kleine aapjes springen door de boomtoppen. In een kas staan bromelia’s en orchideeën.
Via de Japanse tuin en rozentuin kom ik weer bij de uitgang. Marcia heeft geen goed nieuws. Vandaag kan er niet meer gevlogen worden. Helaas. Met een taxi rijden we naar Ipanema beach. Ipanema beach heeft Copacabana beach ingehaald als trendy locatie. Vooral lokale mensen kiezen voor dit strand, terwijl de toeristen meer voor het bekendere Copacabana kiezen. We wandelen over de boulevard. Het is weekend en het is druk op het strand. Zo ver ik kan kijken zie ik parasolletjes staan op het strand. Na een drankje op de boulevard komt echt een einde aan de reis. Ik keer terug naar het hotel. Ik neem een douche en kleed mij om voor de terugvlucht. Om zes uur neem ik bij het hotel afscheid van de reisgenoten die nog langer blijven in Rio de Janeiro. Zonder al te veel vertraging kom ik bij de luchthaven. Ik check mijn bagage in. In de vertrekhal bestel ik een broodje hamburger. Ik had nog niet zoveel gegeten vandaag. Rond negen uur ’s avonds begint het boarden. Ik leg mijn rugzak in het bagagerek en schuif door naar het raam. Het vliegtuig stijgt op.