
Home > São Tomé en Principe > Rondreis São Tomé en Principe > Reisverslag dag 12
13-28 juni 2026 (16 dagen)
Het ontbijt wordt weer geserveerd op het terras. Zoals we inmiddels gewend zijn duurt het even voordat alles beschikbaar is. Na het ontbijt verlaten we het hotel in São Tomé stad weer. Dit keer rijden we via de oostzijde naar het zuiden. Wanneer we het centrum passeren is het druk op straat. Het is spitsuur. Buiten São Tomé stad wordt het verkeer rustiger. Althans, echt rustig is het nooit. Auto’s rijden met flinke snelheid langs de huizen. Brommers en motoren rijden hier tussendoor. Langs de kant lopen kinderen op weg naar school. Overal wordt voor getoeterd, maar gas inhouden is er niet bij. De bus trekt onderweg veel bekijks. Vooral kinderen zwaaien even. We arriveren bij Roça Água-Izé, een oude koffie- en cacaoplantage uit de koloniale tijd. Dit was een van de grootste plantages van het land. We bezoeken het voormalige ziekenhuis. Dit ziekenhuis werd in 1928 gebouwd als vervanging van het kleinere hospitaal. Van de vijf vleugels is tegenwoordig weinig meer over. Het ziekenhuis is eind vorige eeuw gesloten en de activiteiten zijn overgebracht naar ziekenhuis in São Tomé. In het vervallen ziekenhuis wonen nu families. Het grootste gedeelte staat leeg. Het dak is verdwenen en de ruïnes staan leeg. We wandelen door het dorpje. Een jongetje pakt mijn hand en samen lopen we verder.
We bekijken de straten waar de arbeiders vroeger woonden, de kerk en het huis van de eigenaar van de plantage. Alles ziet er bouwvallig uit. Ik probeer mij een voorstelling te maken hoe dit er over tien jaar uit ziet. Waarschijnlijk zijn de huizen dan nog verder vergaan. Nergens wordt onderhoud gepleegd. Tegenover de plantage, bij de kust, bezoeken we de Boca do Inferno. De zee stuwt het zeewater met flinke kracht door een natuurlijk gat in de rotsen. Het water spuit omhoog. Een mooi gezicht. Een klein stukje verder ligt het Praia das Sete Ondas, het zeven golven strand. Door de vlakke opgang, komen hier vaak meerdere golven achter elkaar op het strand. Ik tel er maximaal vijf en geen zeven zoals de naam doet vermoeden. Na de uitstapjes zetten we koers naar de Agrapalms plantage. Kilometerlang is het regenwoud gekapt en zijn palmbomen aangeplant voor de palmolie. Hoewel het woud van palmbomen er best mooi uit ziet is het niet natuurlijk. Onderweg zien we al de eerste glimp van de opvallende rotsformatie Pico Cão Grande. De naaldvormige rots piek rijst ongeveer 370 meter vrijwel loodrecht op uit het omringende regenwoud en bereikt een hoogte van circa 663 meter boven zeeniveau. Het is een zogenoemde vulkanische plug, gestolde magma die achterbleef in de vulkaanpijp nadat het zachtere omringende gesteente in de loop van miljoenen jaren door erosie verdween.
Vanaf de plantage begint de wandeling naar de basis van de Pico Cão Grande. Niet alle reisgenoten wandelen mee. Een deel gaat met een busje alvast naar Porto Alegre, waar we overnachten. Ik wandel wel mee. Bij de plantage nuttig ik mijn lunch. Ik heb het simpel gehouden tot toastjes met kaas. De banaan, die ik gisteren onderweg gekocht heb, neem ik mee voor tijdens de wandeling. Constantine heeft gisteren een filmpje gedeeld hoe vorige groepen door het water van de rivier moesten lopen. Ik wil niet met mijn bergschoenen het water in. Daarom neem ik ook mijn Teva’s mee. Een lokale gids van de plantage, de gids van vandaag, een hulpje en Mustafa, onze chauffeur gaan mee. Dit is misschien wat veel gidsen voor zes wandelaars. We lopen eerst een stuk over de plantage. Daarna daalt het pad door het bos sterk naar de rivier. Het pad is glibberig en soms vind ik het best een beetje spannend om niet uit te glijden. Voorzichtig daal ik af. Bij de rivier blijkt het water vandaag veel lager te staan. Toch trek ik mijn waterschoenen aan. Voorzichtig steek ik de rivier over. Aan de andere kant wissel ik mijn schoenen weer om, om met mijn bergschoenen verder te kunnen lopen.
Direct gaat het pad steil omhoog. Regelmatig bedenk ik mij hoe ik hier op de terugweg weer vanaf moet klauteren. Dat zie ik later wel weer. We komen hoger en hoger. Door de boomtoppen zie ik de indrukwekkende Pico Cão Grande dichterbij komen. Een enorme rotspunt die uit het niets omhoog lijkt te komen. Na een kleine twee uur lopen door het bos, komen we bij de voet van deze imposante rots. Het voelt bijzonder om hem even aan te raken. De wand gaat steil omhoog. De afdaling verloopt soepeler dan ik gedacht had. Veel moeilijke stukken uit de klim, blijken bij de afdaling makkelijker te nemen. Dit komt omdat ik grotere stappen kan nemen. Het blijft echter zaak waakzaam te zijn om niet uit te glijden. Ook is de lange afdaling inspannend. Bij de rivier heb ik eigenlijk geen zin om mijn schoenen weer te wisselen. Ik vraag Mustafa mij te helpen bij de rivier, zodat ik met droge schoenen aan de overzijde kom. Dit lukt. Terwijl hij met zijn kaplaarzen door het water loopt, leidt hij mij van steen naar steen. Vanaf de rivier is het nog een stukje klimmen tot de plantage. Het is vier uur wanneer we weer terug zijn. Snel stappen we in de bus. Hoewel de restende afstand maar twaalf kilometer is, kost het slechte wegdek veel tijd.
Soms stapvoets rijdt Mustafa de bus over de hobbelige weg. Na de plantage is er vanuit de overheid geen aandacht voor goed asfalt. Onderweg stoppen we nog een keer voor een uitzicht op de Pico Cão Grande. Daarna schudden en hobbelen we door naar Porto Alegre. Het is al donker wanneer we het dorpje bereiken. Iedereen lijkt hier Mustafa te kennen. Hij is waarschijnlijk de enige buschauffeur die met zo’n bus helemaal naar het zuiden rijdt. Ons resort ligt nog enkele kilometers voorbij het dorp. In het donker komen we aan bij de Inhame Eco Lodge. Ons huisje bevindt zich helemaal aan het einde van het pad, vlak bij de zee. Een leuk houten huisje met veranda. In het restaurant, geheel aan de andere zijde van het resort, bestellen we een biertje. Om half acht wordt hier het buffet geopend. Het smaakt prima, maar het is ook niet spectaculair. Een muzikant speelt muziek en zingt. Zijn versterker staat zo hard, dat wij elkaar aan tafel niet kunnen verstaan. We besluiten naar ons huisje te gaan. Het was een inspannende dag.