
Home > Koeweit > Qatar, Bahrein en Koeweit > Reisverslag dag 10
3 - 14 januari 2025 (12 dagen)
Ik ontwaak in Koeweit-stad. In de kelder van het hotel staat een ontbijt buffet gereed. Dit zit niet bij de hotelprijs inbegrepen, maar wel zo makkelijk om de dag mee te beginnen. Na het ontbijt wandel ik de Al-Mubarakiya souq in. De meeste winkeltjes zijn nog gesloten en de straten worden schoon gemaakt. Ik loop door tot het moderne Safat plein. Rond de fontein is een soort van arena gemaakt. Onderaan is een doorgang onder de drukke verkeersweg. Aan de andere zijde sta ik aan de voet van de 372 meter hoge Liberation Tower. De bouw startte eind jaren tachtig, maar werd gestaakt tijdens de Irak inval in 1991. Deze inval leidde tot de Golfoorlog, wat leidde tot de bevrijding van het land. Om half elf ben ik weer bij mijn hotel. Ik word opgepikt voor een excursie. De chauffeur stuurt me een bericht dat hij iets later is. Even later ontmoet ik Ahmed. Ik was oorspronkelijk van plan om vandaag met een huurauto te reizen, maar hier heb ik vanaf gezien. Het drukke verkeer leek mij niet aantrekkelijk. Nu ik in de stad ben, ben ik blij dat ik hiervoor gekozen heb. We rijden de stad uit in zuidelijke richting naar het Al-Qurain Martyrs museum. Tijdens de invasie van Irak, plande een groep jonge Koeweitse mannen een tegenaanval voor. Net op dat moment stonden Iraakse troepen voor het huis. Het werd vechten of gearresteerd worden. Er volgde een vuurgevecht, waarbij het Iraakse leger het huis onder vuur nam. Zes strijders kwamen direct om, zeven anderen werden gevangengenomen en geëxecuteerd. Maar zes Koeweitsen wisten te ontkomen. Het beschadigde huis is nu een museum met het verhaal van deze ‘martelaren’. Het voelt wat raar om door het huis te lopen waar iedere kamer grote gaten in de muur heeft.
Gelukkig is het pand gestut met stalen balken. Buiten het verhaal en de foto’s van de strijders heeft het museum niet zoveel te bieden. Buiten staan de voertuigen nog die destijds ook geparkeerd stonden en schade opliepen. Aan de overzijde staat een Russische T55 tank, die destijds door de Irakezen gebruikt werd om het huis te bestoken. Enkele dagen na de aanviel, moesten de Irakezen zich terugtrekken. Tijdens deze aftocht bliezen ze veel van de olie-installaties op. Grote brandende fakkels blijven achter in de woestijn. In het Ahmad Al-Jaber Oil & Gas Exhibition, wordt getoond hoe de olie gevonden wordt, opgepompt wordt maar ook hoe men herstelde van de Golfoorlog. Ahmed, mijn chauffeur, is hier nog nooit geweest en hij gaat mee naar binnen. Dit is maar goed ook, anders had ik een privérondleiding gehad. De uitleg begint hoe olie en gas miljoenen jaren geleden uit o.a. planton zijn ontstaan. In het begin van de twintigste eeuw werd de olie vooral gevonden doordat olie naar de aardoppervlakte gedrukt werd door aardscheuren. Later kon men de olievelden beter detecteren met schok- en geluidsgolven. Alle olieproductie in Koeweit is in handen van de Kuwait Oil Company (KOC), een overheidsinstantie. De kwaliteit van de olie varieert per veld. Hoe dikker de olie, hoe lastiger het te verwerken is. Koeweit wint 3 miljoen vaten per dag. In een grote bak wordt een hoeveelheid water gedropt, dat overeenkomt met de hoeveelheid olie dat iedere seconde gewonnen wordt.
Een indrukwekkende hoeveelheid. De rondleiding wordt afgesloten met een film over nasleep van de Golfoorlog. Nadat Koeweit haar vrijheid weer terug had, stonden 613 olie-installaties in brand. De gids noemt het cynisch een ‘souvenir’ van Irak. Een dikke zwarte rook trok door de woestijn. Door de enorme hitte waren de installaties lastig te blussen. Met behulp van steun uit het buitenland zijn alle oliebronnen binnen negen maanden na het beëindigen van de oorlog geblust. Een risicovolle maar succesvolle klus. Pas na drie jaar waren de meeste installaties weer in gebruik. Onder de indruk van het verhaal, bedank ik de gids. Grappig genoeg zit er een Starbucks in het gebouw. Ik bestel koffie en een broodje. Wanneer we weer terugrijden naar Koeweit-stad, rijden we via de kustlijn. We stoppen bij een replica van een oud houten zeilschip. Het schip doet dienst als restaurant. Ook de achtersteven van het 17de eeuws schip is om in te kunnen eten. Het zicht op de skyline van Koeweit is beperkt. Door zeemist is het heiig en zijn de torens nauwelijks zichtbaar. Ahmed weet eigenlijk niet wat hij ziet. Er is hier altijd goed zicht op de skyline, alleen vandaag niet, verzucht hij. Een klein stukje verder stoppen we opnieuw. Ahmed bestelt zoete mais voor mij. We zijn bij de jachthaven.
Nogmaals verontschuldigt hij zich voor het beperkte zicht. Als alternatief steken we de weg over via een overdekte loopbrug. We komen uit in een winkelcentrum. Het lijkt wel of in ieder winkelcentrum de parfum verkopers de overhand hebben. Ook hier proberen ze de luchtjes te verkopen. Als laatste stop van de dag, bezoeken we het Al Saheed park. Dit park loopt als een groene band door de stad en was enkele jaren terug verwaarloosd, maar is weer volledig opgeknapt. De auto wordt geparkeerd in de garage onder het park. Boven de grond betreed ik een keurig aangelegd park met goed onderhouden perken, waterpartijen en wandelpaden. Aan het einde van de middag brengt Ahmed mij weer terug naar het Oasis hotel. Voor de avond geeft hij mij nog een suggestie mee om te eten. Het Freej Swaeleh restaurant in de Al-Mubarakiya souq. Wanneer het donker is geworden wandel ik ernaartoe. Het is inderdaad een leuk en sfeervol restaurant. Het is opvallend dat meerdere mensen alleen dineren. Ik veronderstel dat veel mensen voor hun werk in Koeweit verblijven. Ik bestel een traditionele Mutabaq Zubaidi. De ober benadrukt dat dit een goede keuze is. Terwijl ik de vis met gekruide rijst eet, heeft de tafel naast mij al twee keer gasten gehad. Iedereen komt hier om even snel te eten. En ik zit echt niet lang aan tafel. Na het eten loop ik via het Safat plein weer terug in de richting van mijn hotel. Ik ben blij dat ik mijn trui aan heb. Er staat een frisse wind vanuit zee.