
Home > Maleisië > Maleisisch Borneo > Reisverslag dag 16
15 december 2011 - 6 januari 2012 (23 dagen)
Na het ontbijt vaar ik met de boot weer naar de overzijde van de rivier. Het is droog en helder weer. Ik laad mijn bagage weer in de bus. Vandaag zet ik koers naar Mount Kinabalu. Een rit van zo'n vier uur. Zonder veel problemen passeer ik de wegwerkzaamheden. De modder is veel minder dan twee dagen geleden.
Na een uurtje rijden, stop ik bij een opslagplaats van palmolie. De palmolie vruchten liggen opgestapeld. Mannen zijn bezig deze vruchten over te laden in vrachtwagens. De grote palmolie plantages op Borneo bedreigen het oerwoud. Door de opbrengst van de palmolie worden grote stukken land ontgonnen voor palmolieplantages. Omdat ik gewoon in de weg loop bij de arbeiders stap ik snel weer in de bus om mijn weg te vervolgen. Bij een lokale markt langs de kant van de weg schaf ik wat fruit aan. Lekker voor in de bus. De volgende stop is voor de lunch. Wederom heb ik de keuze uit verschillende restaurantjes op een rij. Het is leuk te zien dat de groep zich spreidt over de zaakjes en niet iedereen bijeen gaat zitten. Ik kies voor een Maleis restaurant, terwijl anderen voor typisch Chinees kiezen. Als ik de stad Ranau binnen rijd, nader ik Mount Kinabalu. Ranau is de grootste stad in de regio. Bij de supermarkt koop ik een fles wijn voor de oudejaarsavond morgen. Ook pin ik bij de bank geld bij. Tenslotte kom ik aan het einde van de middag aan in Kundasang. Kundasang is een klein dorpje, zo'n zes kilometer van de ingang van Mount Kinabalu National Park. Kundasang ligt op de flanken van Mount Kinabalu met 4.095 meter het hoogste punt van Borneo.
De berg ligt verscholen in een dik wolkendek. Het eenvoudige hotel ligt net buiten het centrum. De kamers zijn erg klein. Ik heb nauwelijks ruimte om de bagage neer te leggen. Ik blijf drie nachten op deze locatie. Dit geeft liefhebbers de mogelijkheid om Mount Kinabalu te beklimmen. Twee reisgenoten klimmen morgen omhoog en keren overmorgen weer terug. Ik heb besloten deze beklimming niet te doen. Het is tenslotte oud-op-nieuw. 's Avonds wandel ik naar het centrale plein in Kundasang. Op het rommelige plein ligt nog het afval van de weekmarkt. Kan ik hier wel goed eten? Aan de zijkant vind ik een leuk lokaal restaurantje. De Indonesische eigenaar is verheugd dat ik zijn restaurant uitgezocht heb. De Maleise menukaart aan de muur geeft niet veel duidelijkheid. Ik geef hem in het Engels gewoon aan wat ik wil hebben. 'Goed doorbakken en het ei aan twee kanten bakken', herhaalt hij mijn bestelling. 'No problem, no problem'. Vanuit de keuken wordt iedere hap gevolgd of ik het lekker vind. De eigenaar biedt mij ook een kommetje soep aan. Om te proeven. Ik raak in gesprek met hem. Op zijn telefoon laat hij foto's van Indonesië zien. Even later komt ook zijn vrouw aangelopen met zijn vijf maanden oude zoontje. Trots toont hij zijn grote vent. Als ik afreken komt de gezamenlijke maaltijd voor twee personen nog niet op drie euro. Dit is inclusief een ruime fooi.