
Home > Maleisië > Maleisisch Borneo > Reisverslag dag 8
15 december 2011 - 6 januari 2012 (23 dagen)
Er klinkt al vroeg gestommel in het guesthouse. Volgens mij is het gastgezin al om half vijf opgestaan. Ook zijn vanaf dat moment alle hanen in het dorp tot leven gekomen. Eén haan zit pal onder mijn kamer. Ik heb niet echt goed geslapen. Ik neem een douche in de primitieve doucheruimte. Het water loop gewoon via een gaatje in de vloer naar buiten. Onder de koude douchestraal word ik snel wakker. Boniface zit in de keuken al klaar met thee en brood. Hij weet dat wij in het longhouse gaan ontbijten, want Regina is het ontbijt daar aan het klaar zetten.
Maar in alle gastvrijheid wil hij dat ik niets te kort kom. Ik neem een half sneetje uit beleefdheid. Na het ontbijt neem ik afscheid van Boniface en Regina. Ik bedank hen hartelijk voor hun gastvrijheid. Wat een aardig mensen zijn het. Ik beloof hen zeker de foto toe te sturen voor hun album. Misschien ontmoet ik ook hun dochter Martina nog. Zij werkt in Mulu National Park, waar ik over enkele dagen naar toe ga. Vanuit Durin rijd ik met de bus in de richting van Miri. Ik volg de Pan Borneo Highway. Een prima wegverbinding over het eiland. Na zo'n veertig kilometer stop ik bij een Chinees tempelcomplex. Een wijd opgezet terrein met verschillende Boeddhistische tempels. Het complex is nog nieuw. Bouwvakkers zijn nog bezig met de laatste details. In de hoofdtempel staat een groot standbeeld van de dikke Boeddha. In de andere tempels staan andere afbeeldingen van Boeddha, die aanbeden kunnen worden. Het is enerzijds indrukwekkend maar anderzijds ook wel erg kitsch.
De lunch schiet er vandaag bij in. Daarom koop ik bij een wegrestaurant wat drinken en wat cakejes voor in de bus. Uiteindelijk kom ik om half drie, iets later dan gepland, bij Similajau National Park. Het park ligt aan een strandje aan de Chinese zee. De kamers zijn net nieuw opgeleverd maar nog niet helemaal af. Omdat de gordijnen ontbreken, zijn de ramen afgeplakt met papier. Waarschijnlijk is er volgend jaar weer geld om het af te maken. Als ik binnen kom, word ik verwelkomd door een kakkerlak midden in de kamer. Ik werk het beest er snel uit. In het park zijn mooie wandelingen te maken door het tropisch regenwoud. Ik passeer de hangbrug en volg de hiking trail naar het viewingpoint. Een wandeling van anderhalf uur. De route loopt door het bos over boomstronken en smalle bruggetjes. Bij het viewingpoint is een afdakje gemaakt met bankjes. Hiervandaan kijk ik over de Chinese zee en de baai van Similajau National park. Het is al over vijven als ik terug loop. De zon staat al lager aan de horizon. Ik wil liever niet in het schemer door het bos lopen. De afslag naar de witte trail laat ik voor wat het is. Wel neem ik nog even de tijd om de mangrove bossen te bekijken. De enorme wortels hangen als gewelven boven het water. De meeste wortels zijn begroeid met mos. Dit maakt het plaatje helemaal bijzonder. 's Avonds eet ik gezamenlijk op de veranda van de kantine.