
Home > Maleisië > Maleisisch Borneo > Reisverslag dag 13
15 december 2011 - 6 januari 2012 (23 dagen)
Om half vijf gaat de telefoon. De wake up call. In het restaurant beneden staat een uitgebreid ontbijtbuffet gereed. Ondanks het vroege uur, laat ik het mij goed smaken. Voor het eerst is er kaas bij het ontbijt, croissants, yoghurt, alles. Ik heb vanochtend met drie andere reisgenoten een afwijkende vlucht. Ik vlieg 35 minuten later naar Sandakan. Met de hele groep rijd ik naar de luchthaven. Om iets over half acht stijg ik op voor de binnenlandse vlucht naar Sandakan. De andere reisgenoten hebben dan al de landing ingezet. De vlucht vertrekt precies op tijd. De korte vluchtjes gaan bijna wennen.
Vanuit het raampje heb ik uitzicht op Kota Kinabalu. Ik zie de boulevard waar ik gisteren gegeten heb. Met een grote boog over zee vliegt het vliegtuig de bergen over richting het noord-oosten. Nog geen drie kwartier later land ik in Sandakan. Het regent. Bij de vliegtuigtrap krijg ik een paraplu uitgereikt om naar de aankomsthal te lopen. Buiten het luchthavengebouw wacht Omar mij op. De andere reisgenoten zijn al met de bus richting Sepilok. Ik stap in een minibusje en rijd daar ook naar toe. In Sepilok is de grootste opvang van oerang oetans van Maleisisch Borneo. Ook hier worden de opgevangen beesten geleerd voor zichzelf te zorgen. Tweemaal daags worden ze bijgevoederd. Tegen half tien rijd ik het terrein van de Sepilok Jungle Lodge op. Snel leg ik mijn bagage op de kamer en pak mijn paraplu en camera. Ik loop naar het Sepilok reservaat. Om tien uur, de voedertijd, heb ik een kaartje aangeschaft en mijn rugzak opgeborgen in een kluisje. Het regent nog steeds. Als ik naar de lucht kijk, denk ik niet dat het snel droog zal worden. Het water tussen de bomen staat hoog. Van andere toeristen hoor ik, dat het hier al vier dagen regent in deze regio. Tot nu toe heb ik niet echt last gehad van langdurige regen. Ik had hier ook niet meer op gerekend. Hopelijk laten de oerang oetans zich niet afschrikken door het weer. Als ik bij het platform aan kom, staan zo'n honderd mensen van onder hun paraplu's naar de bomen te kijken. Een vrouwtjes oerang oetan wacht in de boom op het eten. Als de ranger het fruit op het platform legt, klimt zij via een lang touw naar beneden. Ik zie dan pas dat zij een jonge bij haar draagt.
Zij stort zich op de bananen. Ik pak mijn camera en probeer onder mijn paraplu een foto te maken. De camara beslaat direct door het vochtige weer. Ik schat de luchtvochtigheid op bijna 100%. Ik probeer de lens voorzichtig schoon te maken, maar het beeld blijft mistig. Ik berg mijn camera weer op en geniet van wat ik zie. Het linkertouw komt in beweging. Even later verschijnt een mannetje op het platform. Leuk! Terug bij het entreegebouw bekijk ik een film over de opvang van de oerang oetans en het terug zetten van de beesten in de natuur. Het regent nog steeds als ik terug loop naar de lodge. Op zich wel jammer want de Sepilok Jungle Lodge heeft een mooie park en een groot zwembad. In de regen ligt het bad er wat troosteloos bij. 's Middags bezoek ik opnieuw het voederen. Met paraplu en poncho loop ik weer naar het Sepilok reserve. Als ik het positief bekijk heb ik pas één buitje gehad vandaag maar wel een hele lange. Bij het platform wordt weer eten neergelegd. Lange tijd gebeurt er niets. Het lijkt er op dat er ook niets meer gaat gebeuren. Plotseling beweegt het touw. Het vrouwtje met haar kleine komt weer eten halen bij het platform. Na een paar happen verplaatst ze zich weer onder de bladeren om te schuilen. Ook ik houd het voor gezien en loop terug naar het resort. In het restaurant bestel ik een biertje. In het modder kleurige water achter mij zwemt een varaan voorbij. Twee hornbills strijken neer in de bomen naast het restaurant. De kleurrijke krul op hun snavel is goed te zien. Na het eten ga ik op tijd naar bed. Het is een lange dag geweest. Buiten regent het nog steeds.