
Home > Nederland > Noord Nederland ontdekken > Reisverslag dag 5
20 juni - 4 juli 2021 (15 dagen)
Vandaag komt Jacoline voor de laatste keer het ontbijt brengen. Het voelt al heel vertrouwd. Ook vandaag smaakt het ontbijt ons prima. Een goede basis voor de dag. Om half tien nemen we afscheid van de gastvrouw. Ik rijd met de auto naar Harlingen. Marco rijdt op zijn elektrische fiets. We zien elkaar weer in Harlingen. Harlingen ligt niet zo ver van Sneek vandaan. Al snel rijd ik het havenplaatsje binnen. Aan de rand van de stad ligt een parkeerterrein. Hier kun je parkeren voor Harlingen, maar ook voor uitstapjes naar Vlieland en Terschelling. Wanneer ik bij het parkeerterrein aan kom, verbaas ik mij over de enorme hoeveelheid auto’s. Zijn al deze mensen op de eilanden? Ik parkeer mijn auto en rijd op mijn fiets terug naar Harlingen. Bij het havengebied zet ik mijn fiets neer. Marco komt ook aangereden. Samen wandelen we de historische binnenstad in. Door de gunstige ligging aan de Zuiderzee maakte de stad een flinke groei door in de zestiende eeuw. In die tijd werd de Noorderhaven gegraven en later de Zuiderhaven. Ook werd de gehele stad ommuurd. De stadsmuur bestaat tegenwoordig niet meer. Langs de havens staan veel prachtige herenhuizen. De jaartallen op de gevels dateren uit de zeventiende eeuw. Het stadhuis aan de Noorderhaven spant de kroon. Dit is misschien wel het mooiste gebouw van de stad.
Via de oude sluis komen we aan de andere zijde van de Noorderhaven. Op een terrasje bestellen we koffie. We kijken naar de boten in de haven. Regelmatig gaan de bruggen open om schepen te laten passeren. Rond twee uur gaan we naar de veerboot MS Friesland voor een overtocht naar het Waddeneiland Terschelling. Tussen de auto’s door fietsen we de laadruimte van het schip in. De fietsen worden tegen de scheepswand gezet. We zoeken zelf een plekje op het bovenste buitendek. Het is heerlijk weer en we hebben mooi uitzicht op Harlingen. De kapitein laat drie keer de scheepshoorn klinken. Een signaal dat we gaan vertrekken. De boot vaart de haven uit en de Waddenzee op. Een rechte route naar Terschelling is niet mogelijk. Hier is het te ondiep. Via een flinke bocht volgt het schip de vaargeul. In de verte doemt de Brandaris van Terschelling op. Het schip vaart pal tegen de noorderwind in. Ondanks de zon is het frisjes aan dek. Ik trek mijn jas aan en probeer beschut te blijven zitten. De laatste twintig minuten vaart de boot voorzichtig de smalle vaargeul naar West Terschelling in.
Bij het naderen van de haven worden alle automobilisten en fietsen gevraagd naar het autodek te gaan. De voorklep van het schip wordt al geopend om goed aan te kunnen leggen. Wij kunnen als één van de eersten van boord. We fietsen het eiland Terschelling op. Direct aan land heb ik zicht op de indrukwekkende vuurtoren van West Terschelling: De Brandaris. De 52 meter hoge toren steekt boven het dorp uit. Rond de vuurtoren is het gezellig druk op de terrasjes. Ons hotel zit echter niet in West Terschelling. We volgen de bordjes richting Midsland. Een tochtje van ongeveer zes kilometer. Onderweg hebben we uitzicht op de mooie natuur van het eiland enerzijds en de Waddenzee anderzijds. Het wordt net eb en het wad valt droog. Vogels vliegen boven het wad op zoek naar voedsel op de drooggevallen zandbanken. Bij de kerk van Midsland, begint de Oosterburen straat. Dit is de straat waar ons hotel ligt. De Oosterburen is een straat vol cafeetjes en restaurants.
Het is een wandelgebied. Het is zelfs niet toegestaan om fietsen in deze straat te parkeren. Met de fiets aan de hand lopen wij naar het Wapen van Terschelling. Een gezellig hotel midden in het uitgaansgebied. Vriendelijk wordt uitgelegd dat onze kamer aan de achterzijde is. We kunnen ook onze fiets op de binnenplaats neerzetten, maar daarvoor moeten we vanaf de kerk de straat achter het hotel inrijden. Voordat we dit gaan doen, bestellen we eerst een biertje. Een Schoemrakker Brandaan, een typisch biertje van het eiland. De kamer is prima. Het lijkt van buiten een soort tuinhuisje met een zitje voor de deur. Binnen is het een prima kamer. Er staat een klein flesje Terschellings Jutter-Bitter klaar als welkomstdrankje. We toasten op ons terras. We keren terug naar het grote terras aan de voorzijde van het hotel en bestellen iets te eten. Natuurlijk met een Schoemrakker erbij. ‘s Avonds wandelen we een rondje door Midsland. De zon zakt langzaam aan de horizon. In de Oosterburen straat zitten nog vooral lokale jongeren op de terrassen. De toeristen zijn al weg.