
Home > Zwitserland > Roadtrip Duitsland en Zwitserland > Reisverslag dag 7
15 - 30 augustus 2020 (16 dagen)
In de ontbijtzaal worden we enthousiast ontvangen. We worden gewezen op het uitgebreide buffet. We kunnen ons ontbijt zelf samenstellen. De cappuccino blijkt niet in een gewoon koffiekopje te passen. Het kopje stroomt over. Sorry. Na het ontbijt brengen we onze bagage naar de auto en checken uit. We verlaten het dal waar Davos in ligt via de andere zijde. We rijden binnendoor naar Thusis. Onderweg passeren we kleine dorpjes waar de doorgaande route maar net tussen de huizen door past. Door de ligging op de berghelling is er ook geen alternatief voor een rondweg of zo. In Thusis tanken we de auto vol. Een goede voorbereiding voor een route over verschillende bergpassen. Rond tien uur arriveren we bij de Via Mala Schlucht. In deze rotsspleet heeft het water van de rivier in tienduizenden jaren een diepe kloof uitgesleten. Het woeste water perst zich door de smalle kloofopening. Vanaf het bezoekerscentrum dalen we via de betonnen treden af tot onderin de kloof. 360 treden. Een goede manier om van de spierpijn van gisteren af te komen. Onderaan in de kloof zien we pas goed met hoeveel kracht het water de rotsen heeft uitgesleten. Enkele kilometers verder ligt de Rofflaschlucht. Een toegang tot de kloof ligt achter een restaurant. Aan de bar kopen we twee toegangstickets. In 1907 besloot Christian Pitschen een pad door de rotsen naar de waterval aan te leggen. Ook maakte hij een onderdoorgang achter de waterval langs. Hier is zeven jaar aan gewerkt. Hierdoor kunnen wij vandaag de waterstroom bewonderen. Het zicht op de waterval is prachtig. De smalle tunnel achter de waterval biedt toegang tot de andere zijde. Hier lopen we officieel onder de Rijn door. Hoewel de rivier hier nog klein en ruig is, stroomt al het water uiteindelijk naar Nederland.
Op het terras van het restaurant bestellen we wat te drinken. Het is warm in het zonnetje. Wanneer we verder rijden komen we al snel bij de splitsing tussen de Bernardino tunnel en de Bernardino pas. Wij kiezen voor de pas. De weg slingert omhoog. Onderweg zijn veel fietsers bezig de berg te bedwingen. Wij hebben ontzag voor hen. Ook is deze route een favoriete weg voor motorrijders. Zij kunnen veel sneller door de haarspeldbochten. Wij komen bij iedere bocht hoger en hoger. Op de top van de 2.066 meter hoge bergpas ligt het Laghetto Moesola bergmeer. Hier zijn we duidelijk niet alleen. Tientallen auto’s staan hier geparkeerd.
We stappen even uit om te kijken over het meer. Dit is veel te druk voor onze picknick lunch. We rijden een klein stukje verder. Op een smalle parkeerstrook zetten we de auto neer. Hier zijn we alleen. We klappen de stoelen uit en genieten tijdens de lunch van het prachtige uitzicht. Na de lunch dalen we de bergpas aan de andere zijde af. De bewegwijzering aan deze zijde van de bergrug is in het Italiaans. Dit is het Italiaanse gedeelte van Zwitserland. We zijn ook niet ver van de grens met Italië verwijderd. De afdaling is kilometers lang. Geruime tijd hoeven we geen gas te geven. Alleen af en toe wat bij remmen voor de bochten. In het dal slaan we af richting de Gotthard pas. Ook hier hebben we de keuze tussen de pas en de tunnel. We kiezen hier ook voor de bergpas. Net voor de pas is er file. Er is een politiecontrole. Het lijkt er op dat de politie alle auto’s één voor één beoordeelt. Een agent gebaart dat wij door mogen rijden. Waar zouden ze naar zoeken? De weg loopt al weer snel om hoog. Op een uitkijkpunt net onder de top houden we stil. Hiervandaan hebben we zicht op de oude Gotthard bergpas. Naast de weg die wij omhoog genomen hebben, loopt de oude route met nog meer scherpe bochten. Vanaf boven zien we de weg het dal in slingeren. Zo te zien is deze route favoriet bij wielrenners en motorrijders. We klappen de stoeltjes weer uit en genieten van het uitzicht. We dalen niet af via de bergpas waar we uitzicht op hadden. De afdaling naar Luzern ligt aan de noordzijde. Via een relatief glooiende afdaling rijden we naar Luzern. Rond half vijf arriveren we bij het parkeerterrein van het Ibis hotel in het centrum van de stad. Er is nog precies één plekje vrij op het parkeerterrein. Snel zetten we onze auto neer. De kamer is niet al te groot, maar voldoende om te slapen. Vanuit het hotel kunnen we lopend naar het centrum.
Het is nog altijd mooi weer wanneer we aan de oever van de Reuss rivier uitkomen bij de Kapelbrug. Deze oude houten overdekte brug is de oudste oeververbinding tussen de twee stadsdelen. De eerste versie van de houten brug werd in 14de eeuw gebouwd. We wandelen over de 200 meter lange brug. Aan de andere zijde van de rivier ligt de oude stad. Smalle straatjes en gedecoreerde huizen vormen het straatbeeld. Wat een leuke stad! Op één van de pleintjes bestellen we wat te drinken. Het ziet er gezellig genoeg uit om ook te eten.