
Home > Italië > Sardinië en Corsica > Reisverslag dag 3
5 - 21 mei 2024 (17 dagen)
Om zes uur wordt er op de gang iets omgeroepen. Zowel in het Italiaans als in het Engels volledig onverstaanbaar. De verwachte aankomsttijd in Olbia is zeven uur. Om op tijd gereed te zijn, nemen we snel een douche in de kleine wasruimte. Wanneer we naar de auto willen, blijkt het parkeerdek nog gesloten. Dit dek is niet toegankelijk terwijl de boot nog vaart. Vanaf dek tien zien we hoe de boot de haven van Olbia nog in moet varen. Geduldig wachten we af tot de boot aan de kade ligt. Ons geduld wordt nog meer op de proef gesteld. Omdat wij op het hoogste dek geparkeerd staan, moeten de voertuigen op de lagere verdiepingen eerst het schip verlaten. Rond kwart over acht rijden we Sardinië op. We hebben nog niet ontbeten. Op de navigatie hebben we een koffiebarretje ingesteld. Een kleine bar net van de doorgaande weg. Even later meldt de navigatie dat we onze bestemming bereikt hebben in een industriegebied van Olbia. Het kleine keetje waar we voor staan moet Bar da Piero zijn. Binnen worden we in redelijk goed Engels welkom geheten. Of wij uit de Verenigde Staten komen?, krijgen we als vraag. We bestellen een broodje en koffie. Ondertussen komen mensen binnen voor koffie aan de bar. Even verderop tanken we de wagen weer vol. We raken eraan gewend dat we eerst bij een zuil moeten betalen voordat we kunnen tanken. Het vullen van de tank gaat tergend langzaam. Geen idee waarom. Het is maar goed dat de tank van onze Hyundai niet zo groot is. We zetten koers naar Costa Smeralda. De Costa Smeralda is de verzamelnaam van de Goudkust van Sardinië. Hier komen alle rijke Sardijnen bijeen. In de jaren zestig kochten investeerders een kuststrook van ruim 50 kilometer en vormden hier een bestemming voor de internationale jetset. We parkeren de auto bij het strand van Capriccioli.
Hier liggen de mooiste baaien van de Coste Smeralda. Het is niet duidelijk of we moeten betalen op het parkeerterrein. Italianen zeggen dat de automaat niet werkt en dat dan niet betaald hoeft te worden. Het zal wel. Wanneer we bij het strandje aankomen is er niemand. Alleen het witte zand en het blauwe water. De baai ligt ingeklemd tussen grote rotsblokken. We steken door naar het tweede strand. Ook hier is het nog rustig. Een enkeling wandelt over het strandje. Wij keren terug naar het eerste strand. We leggen de handdoeken uit om op het strand te gaan liggen. Met mijn voeten probeer ik het zeewater. Dit is nog te koud om te gaan zwemmen. Ondertussen wordt het drukker rond ons. Meer mensen vinden een plaatsje op het strand. Rond elf uur houden we het voor gezien. We rijden door naar Porto Cervo. Porto Cervo is een luxueuze bestemming bekend om zijn exclusieve jachthaven, stijlvolle boetieks, en high-end restaurants. Het trekt jaarlijks veel beroemdheden en welgestelden. Ook hier kunnen we gratis parkeren. Een omstander geeft aan dat het betaald parkeren pas vanaf juni geldt. We wandelen naar de haven. Porto Cervo lijkt een aaneenschakeling van smalle doorgangen, trappetjes en straatjes. Het lijkt een beetje sluip door, kruip door. We proberen verschillende trappen en steegjes. Het is erg rustig op straat. Wanneer we de zee komen, zien we de luxe jachten niet waar we zoveel over gehoord hadden. De jachthaven blijkt enkele honderden meters verderop. Via een wandelpad lopen we ernaartoe.
Veel jachten zijn nog in de winterstalling. Er liggen maar enkele grote jachten. Op de terugweg bezichtigen we de Parrocchia Stella Maris, de kerk van Porto Cervo. Een wit gestucte kerk op een heuvel. De kerk uit de jaren 1960 combineert moderne architectuur met traditionele Sardijnse elementen. Aan de kade bestellen we een broodje en iets te drinken. Dat de prijzen in dit stadje wat duurder zijn, nemen we voor lief. Na de lunch rijden we een stukje terug naar Spiaggia del Principe. Een andere bijzondere baai aan de Costa Smeralda. We hebben wat moeite om het strand te vinden. Althans we hebben vooral moeite om de locatie op de navigatie te krijgen. We maken een grote lus langs de golfbanen om vervolgens weer op dezelfde plek uit te komen. We hadden de andere kant op gemoeten. Vanaf het parkeerterrein loopt een smal wandelpad naar het lagergelegen strand. Vanaf een afstandje is al het mooie heldere water en het witte strand zichtbaar. Wat een schitterende omgeving. Als laatste stop zetten we koers naar Hotel Relais Valkarana in Sant’Antonio. De navigatie kent de locatie niet. Het lukt om een weg in het dorp te selecteren. De route loopt door de bergen. Nergens is de weg recht. Met flinke bochten gaat de route omhoog en omlaag. Auto’s achter ons vinden dat we te langzaam door de bochten gaan. Soms rijden ze pal op de bumper. Ze hebben pech want sneller gaat echt niet. Wanneer we in Sant’Antonio aankomen zien we het hotel niet. Het blijkt dat het hotel een stuk buiten het dorp ligt. Via een smal paadje komen we bij het onderkomen aan het Lago del Liscia meer. Een prachtige locatie. We hebben een kamer met uitzicht op het meer. Ook heeft het hotel een mooi zwembad. Het zwembadwater is nog wel fris, waarschuwt de receptionist. Wij pakken onze stoeltjes uit de auto, bestellen een biertje en gaan in het zonnetje op het gras voor onze kamer zitten. We kijken uit over het meer en omliggende bergen. Veel alternatieven voor het eten hebben we niet. We besluiten in het restaurant van het hotel te eten. We kunnen kiezen uit à la carte of een vier gangen menu met visgerechten. We kiezen voor dit laatste. Samen met een wijntje smaakt dit prima.