
Home > Pakistan > De Hunza vallei in Pakistan > Reisverslag dag 18
30 augustus - 19 september 2024 (21 dagen)
Op 3.100 meter hoogte is het best fris ‘s nachts, maar ik mijn slaapzak is het lekker warm. Het voelt alleen niet fijn om ’s morgens de slaapzak uit te komen. Er blijkt geen elektriciteit te zijn en er is geen warm water. Ik was mijn gezicht bij de wastafel. Het water is erg koud. Ik kleed mij aan en trek een warme trui aan. Na het ontbijt verlaten we Shimshal weer. Vandaag is de laatste dag dat we optrekken met de chauffeurs. In Karimabad zullen we afscheid nemen en verder reizen met een bus. Dit zal wel wennen worden. Maar voordat het zover is, rijden we de vallei uit via dezelfde route hoe we gisteren gearriveerd zijn. Gisteren reed ik in de voorste auto, vandaag in de achterste. Het verschil is dat de auto’s voor ons veel stof doen opwaaien op de onverharde wegen. Waar ik gisteren het raam de hele route open had, is dit nu niet te doen. Alleen voor een foto open ik het raam even. Het uitzicht is weer even mooi en de weg is spectaculair. Ik heb de indruk dat er vandaag wat harder gereden wordt over de smalle weg. Er worden sowieso minder fotostops gemaakt. Hierdoor zijn we in zo’n drie uur weer aan het einde van de vallei.
Zo’n anderhalf uur sneller dan op de heenweg. Op weg naar Karimabad passeren we Passu, het hotel van de afgelopen dagen en het meer van Attabad. Rond half één arriveren we bij het lunchrestaurant is Karimabad. Een uitgebreide lunch staat gereed. Lekker gekruide kip, pittige gehakt rollen, groente en patat. Dit is een van de betere lunches van deze reis. Na de lunch bedankt Willem namens de reisgroep de chauffeurs en Cherry. Ook geeft hij namens ons een fooi. Dit hebben de chauffeurs zeker verdiend. Ondertussen wordt onze bagage overladen naar de bus. Alle tassen gaan op het dak. Voordat we op pad gaan naar Gilgit, moet er nog getankt worden. Het eerste benzinestation heeft geen diesel meer. Ook het tweede station is uitverkocht. Gelukkig heeft het derde station nog brandstof. Het is ongeveer honderd kilometer rijden naar Gilgit. We pauzeren bij het Rakaposhi viewpoint. Dit is onze laatste blik op deze reusachtige en besneeuwde berg.
We stoppen ook bij een punt waar de oude zijderoute gelopen heeft. Ik zie een pad in de bergen. Veel zegt het mij niet. Een derde stop is bij de tektonische platen van Eurazië en de India. Door de kracht van deze aardplaten worden de bergen ieder jaar vier centimeter omhooggeduwd. Toch komen in dit gebied relatief weinig grote aardbevingen voor. Om half vijf arriveren we bij het Mandarin hotel in Gilgit. Van buiten ziet het er wat saai uit, maar de binnenplaats is leuk ingericht. Onze kamer grenst aan de binnenplaats. Ik neem een douche om het stof van de afgelopen dagen van mij af te spoelen. ‘s Avonds ga ik met enkele reisgenoten Gilgit in. We volgen de doorgaande weg. In het donker is het goed opletten niet in gaten te stappen of tegen obstakels aan te botsen. Veel winkeltjes zijn nog open en op platte karren wordt fruit verkocht. Veel mensen zeggen gedag of zwaaien even wanneer we passeren. Een enkeling durft de vraag te stellen waar we vandaag komen. We passeren wat lokale restaurantjes. Deze zien er niet zo aantrekkelijk uit. Ook de stalletjes op straat slaan we over. Bij een steakhouse kan de eenvoudigste hamburger klaargemaakt worden binnen anderhalf uur. Dit is wel heel lang. We gaan een hotel binnen waar zich ook een restaurant bevindt. Ja, we kunnen hier eten! Snel wordt het licht aangedaan en de airco aangezet. Omdat we vanmiddag nog veel gegeten hebben kiezen we voor een eenvoudige soep en patat. Dit blijkt een prima keuze. We rekenen uiteindelijk met z’n vieren 2250 roepies af, net geen acht euro.