
Home > Uganda > Ontmoeting met de gorilla > Reisverslag dag 16
24 juli - 15 aug 2011 (23 dagen)
Ik breek mijn tentje af. Na het ontbijt verlaat ik de Bush campsite. Ik reis in zuidelijke richting naar de meest zuidelijke punt van het Queen Elisabeth National Park. Een rit van iets meer dan twee uur. Hoewel ik officieel gewoon door het natuurpark rijd, zie ik hier veel minder dieren. Af en toe laat een aapje zich zien. Ik passeer verschillende dorpjes. Volop plaatsen waar mensen verblijven. Ook wordt volop aan de weg gewerkt. De graskanten worden handmatig met messen gekapt. Met groot materieel worden de bruggen vervangen. Dit moet klaar zijn voor de regentijd begint. Bij één van deze omleidingen kijkt Jampa bedenkelijk uit het raampje.
Een lekke band! De rechter achterband heeft het begeven. Snel wordt de wagen opgekrikt en wordt de reserveband gemonteerd. Deze band is wat kleiner dan de oorspronkelijke band. Dit schijnt geen probleem te zijn voor het rijden, maar wel om de lekke band onder de bus te krijgen. Hij hangt laag boven de weg. Als we weer verder rijden, raakt de band regelmatig de grond. Jampa maakt zich er allemaal niet zo druk om. Tegen het middaguur arriveer ik bij Isasha. In deze plek van het nationale park hebben leeuwen zich aangeleerd om in bomen te klimmen. Hierdoor hebben ze beter uitzicht. Ook genieten ze zo van een verkoelende windstroom. Aan de oever van het grensriviertje met Congo zet ik mijn tent op. Een primitieve campsite midden in de natuur. Een eenvoudig toilet met gat in de grond en twee open lucht douches. Aan de overzijde van de grens springen aapjes heen en weer door de boomtoppen. Hippo's liggen in de rivier te rusten. Omdat de campsite ook bezocht kan worden door wilde dieren is het absoluut verboden om voedsel in de tent achter te laten. In de loop van de middag ga ik op zoek naar de leeuwen. De leeuwen klimmen vooral in de Fig trees. Een boom met een schuin naar buiten lopende stam.
Ik bezoek eerst het noordelijke circuit. Ranger Ben geeft aan dat het nog erg warm is en dat in dit circuit weinig leeuwen gespot worden. Wel zie ik de topi-antilope. De topi heeft veel weg van de hartebeest. Aan het einde van de middag neem ik het zuidelijke circuit. Hier is de kans aanzienlijk groter om leeuwen te spotten in de bomen. Ik kruis het gebied van fig tree naar Fig tree. Deze bomen zijn door hun vorm eenvoudiger te beklimmen. Helaas vind ik geen leeuwen in de bomen. Een beetje teleurgesteld rijd ik weer naar de campsite. Net voor de campsite stuit ik op een grote groep olifanten. De olifanten staan midden op het pad en trekken door de struiken. Jampa zet de motor uit en laat de olifanten passeren. Dichterbij naderen zou tot een confrontatie leiden. Het is een mooi gezicht hoe de beesten de takken van de struiken rukken op amber dertig meter afstand. 's Avonds eet ik in de kantine bij de militaire post. Deze militaire post is ook verantwoordelijk voor de grensbewaking. Omdat ik voorbij dit punt overnacht, zijn twee militairen op mijn kampterrein aanwezig. 'Just to protect us'. Het wordt mij niet helemaal duidelijk waar tegen ik beschermd word, maar ik vind het prima. Ik duik vroeg mijn bed in.