
Home > Nederland > Toerist in eigen land > Reisverslag dag 2
18 - 26 juli 2020 (9 dagen)
In het restaurant staat een ontbijtbuffet gereed. Hier gelden geen speciale corona richtlijnen. Natuurlijk staan de tafels op veilige afstand, maar iedereen kan zelf zijn ontbijt samenstellen. Na het ontbijt rijd ik naar Urk. Ik kies er voor om via Emmeloord te rijden. Deze route is iets langer, maar anders rijd ik twee keer dezelfde route langs Schokland. Het valt mij op hoe lang en hoe recht de wegen hier zijn. Kilometers lang lopen de wegen kaarsrecht door de polder. Bij het naderen van Urk is dit anders. Urk was een eiland voor de inpoldering van de Noordoostpolder. Ik ga op Urk een wandeling maken. Een rondwandeling op Urk op een zondagochtend is misschien niet de beste combinatie. Door de weeks werken de Urkers hard in het toerisme en de visserij. Op zondag houden de overwegend gelovige inwoners hun rustdag en bezoeken de kerk. Al bij het binnenrijden van het voormalige eiland in de Zuiderzee, merk ik dat het stil is op straat. Alleen bij de haven hebben andere toeristen campers gestald en lopen boot eigenaren naar de toiletvoorzieningen in de haven.
Het is niet beter. Het paste niet anders in mijn reisplanning. Aan de hand van een rondwandeling van internet loop ik het oude deel van Urk in. De route loopt door de smalle steegjes van Urk. Soms is een steegje amper één meter breed. Ik twijfel soms of ik voor een steegje sta of een privé doorgang. Waarschijnlijk ben ik hierdoor al snel kwijt hoe ik moet lopen. Ik pas mijn tactiek aan. Ik ga op zoek naar de highlights op de kaart. Zo passeer ik het kerkje aan zee, het vissersmonument en kom ik uiteindelijk bij de vuurtoren van Urk. Vroeger een belangrijke baken voor de grote vissersvloot. Wanneer ik via het strandje terug loop, kom ik tot mijn verbazing een open restaurant tegen. Op het terras bestel ik koffie en appelgebak. Na Urk vervolg ik de route door de Noordoostpolder naar Schokland. Onderweg passeer ik het plaatsje Nagele. Na de inpoldering werd het dorp Nagele door architecten ontworpen. Zij kozen er voor om alle huizen en gebouwen in het dorp van een plat dak te voorzien. In het stratenplan is veel groen opgenomen. Vooral grote grasvelden. Ik parkeer de auto en wandel rond het centraal gelegen park. Een grote grasvlakte met af en toe een boom. Een kunstwerk geeft de hoogte van het vroegere IJsselmeerwater weer.
In het midden van het park liggen twee scholen, een museum en de kerk. Ik schat de huizenbouw eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Natuurlijk is het grappig dat alle huizen platte daken hebben, maar het geheel ziet er vreemd uit. Het lijkt meer op een begeleid wonen project. Ook het onderhoud aan de huizen laat te wensen over, waardoor het dorp een vervallen indruk op mij maakt. Snel ga ik weer terug naar mijn auto. Enkele kilometers verder ligt Schokland. Dit voormalige eiland is het voorbeeld geworden hoe de inwoners gestreden hebben om droge voeten te houden. In het museum, gevestigd in herbouwde Schoklandse huizen, worden voorwerpen uit de vorige eeuw getoond. In de video presentatie laat men zien hoe het eiland een veilige buffer was bij slecht weer voor schepen. Het fungeerde als dam. Toch had het eiland ook te leiden door het water. Jaar na jaar knabbelde de Zuiderzee stukjes land van het eiland af. Met een damwand van houten palen probeerde men het water te keren. Een tropische houtworm, geïmporteerd tijdens de India-reizen, verzwakte de barrière. Een stenen dam bood uitkomst. Halverwege de 19de eeuw vond de Nederlandse overheid dat de inwoners te veel gevaar liepen op het eiland. Besloten werd dat het eiland geëvacueerd moest worden. De inwoners verhuisden veelal met tegenzin naar Kampen en Vollenhove. De huizen werden afgebroken. Alleen de vuurtorenwachter bleef achter op het eiland. In de jaren dertig volgde de inpoldering. Ik ben van plan om een wandeling te gaan maken langs de contouren van het voormalige eiland. Mijn routekaartje is niet zo duidelijk. Bij de receptie van het museum krijg ik een duidelijkere kaart. Ik volg het schelpenpad in zuidelijke richting. Waar het wandel- en fietspad samen komen moet ik regelmatig even aan de kant voor fietsers. Het is druk op de route. Veel dagjesmensen fietsen dezelfde route. Op de zuidpunt liggen de resten van het kerkje van Ens. Vroeger was dit de kerk van de Protestanten, de zuidelijke bewoners. In Emmeloord (niet het huidige gelijknamige stadje) aan de noordzijde kwamen de Katholieken bijeen. Meer dan de fundering ligt hier niet meer. De zuidelijke kant van het eiland is relatief kaal. Akkervelden liggen tussen de voormalige dijken van het eiland. Vroeger lag het eiland duidelijk hoger dan het omliggende land. Door de inpoldering is de waterstand verlaagd en is de veenlaag ingeklonken. Het land schijnt zo’n anderhalve meter gedaald te zijn. De noordelijke helft van het eiland is veel groener. De route loopt door het Stokkerbos. Door de wirwar aan paden is het lastig de juist route te vinden. Via een klein omweggetje kom ik bij het bezoekerscentrum van het Flevo-landschap.
Ik koop een ijsje. Wanneer ik bij het afrekenen terloops aan geef dat ik de route lastig te volgen vind, krijg ik direct bijval. Het schijnt een nieuwe route te zijn en zonder goede kaartlees ervaring is de route eigenlijk niet te volgen. Bewegwijzering moet nog geplaatst worden. Buiten tref ik een gepensioneerde gids van het park. Hij vertelt dat hij 78 is en zijn hart aan het park verbonden heeft. Hij is blij dat hij na een ziekte enkele jaren terug het gidswerk weer op kan pakken. Hij vertelt enthousiast over de Misthoorn, de voormalige haven op de noordkust. Wist je dat daar vroeger met gemak 130 schepen aan konden meren?, vraagt hij mij. Ik moet als ik er passeer ook kijken naar de planken op de beschoeiing. Als het water vroeger hoog stond, liep men over de houten planken om geen natte voeten te krijgen. Het verhaal gaat dat een stevige bakkersvrouw haar kinderen vooruit stuurde, omdat passeren op de smalle plank niet mogelijk was. Net als ik verder wil gaan, vertelt de man dat hij vorige week een mooie geldprijs heeft gewonnen in de loterij. Wolter Kroes reikte de cheque van 10.000 euro uit. Wat gun ik deze man deze prijs. Eigenlijk zou het in de voorwaarden van de loterij opgenomen moeten worden dat de prijs goed terecht moet komen. Het is rond vier uur als ik bij de oude haven kom. Houten steigers geven aan waar de haven vroeger heeft gelegen. Het weer is nog steeds zonnig, maar er steekt een flink windje op. Hopelijk word ik niet overvallen door een bui. Volgens de voorspelling zou het tot de avond droog blijven. Dit blijkt te kloppen. Ik loop het laatste gedeelte terug naar de auto. Ik rijd terug naar Kraggenburg. Het hotelpersoneel herkent mij al en weet welke kamersleutel ik nodig heb. Op het terras neem ik een drankje. Voor de avond rijd ik terug naar Ens. Schokland en Ens liggen praktisch tegen elkaar. In het Wapen van Ens heb ik een tafel gereserveerd. Bij binnenkomst zie ik al een tafel staan met één stoel er bij. Die zal wel voor mij zijn. Ben jij Ronald?, wordt er gevraagd. Wat grappig dat ze de reserveringen bij naam kennen. De serveerster geeft aan dat het goed is dat ik gereserveerd heb. Alle tafels zijn bezet. Door corona hebben ze natuurlijk minder plekken. Ze verontschuldigt zich ook dat er maar één stoel bij mijn tafel staat. De andere zijn in gebruik bij andere tafels. Ik vind het prima. Even later zit ik aan de spareribs, de specialiteit van het huis. Tijdens de maaltijd breekt buiten een regenbui los. Gelukkig duurt dit maar even. Na het eten rijd ik weer terug naar Kraggenburg. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en wil weten wat achter de borden ‘Pier+horizon’ schuil gaat. Ik volg de borden net iets voorbij het hotel. Bij de parkeerplaats bij het bord ‘Pier+horizon’ staat aangegeven dat ik nog 997 meter moet lopen. Ik kijk twijfelend naar de wolken. Zou het droog blijven? Ik neem het risico. Ik volg het kaarsrechte wandelpad naar de dijk. Langzaam komt de dijk dichterbij. De pier is een kunstwerk van Paul de Kort. Een 135 meter lange stalen pier loopt het Zwarte Meer in. De pier symboliseert de oude strekdam die hier voor de inpoldering lag. Met de ondergaande zon en de dreigende wolken een mooi plaatje. Rond negen uur ben ik weer bij mijn hotel. Ik merk dat ik best moe ben. Mijn stappenteller geeft ruim 25 duizend stappen aan. Ik ga naar bed.