
Home > Libanon > Verrassend Libanon > Reisverslag dag 6
17-25 mei 2023 (9 dagen)
De wekker loopt vroeg af. Vandaag moet ik mijn koffer weer inpakken. We reizen vandaag naar Byblos, waar ik vanavond ook slaap. Het ontbijtbuffet is net geopend als ik arriveer. Ik pak snel wat lekkers bij elkaar. Na het ontbijt check ik mijn kamer uit en breng mijn bagage naar de bus. We hebben vandaag een andere chauffeur. Rami legt uit dat Allah voor papierwerk in Beiroet moet zijn. De nieuwe chauffeur lijkt mij een prima vervanger. Hij rijdt de bus door de straten van Beiroet. Ik zie waar ik gisteren gelopen heb. Wanneer we de snelweg bereiken, valt pas goed op dat het maandagmorgen is. Het verkeer de stad in staat vier rijen dik muurvast en kilometerslang. Gelukkig rijden wij de andere kant op. We passeren al snel Harissa en de grotten van Jeita. Eigenlijk zouden we deze locaties op weg naar Byblos bezoeken, maar de kabelbaan is op maandagen gesloten. Daarom rijden we vandaag naar Tripoli. Dit is iets verder rijden vanuit Beiroet. Na een kilometer of veertig rijden we Byblos binnen. Het hotel ligt aan de doorgaande route. Snel wordt de bagage gelost. Waarom precies is mij niet duidelijk, maar waarschijnlijk is minder gewicht prettiger in de bergen. We rijden snel door naar Tripoli. Tripoli is de tweede stad van het land en ligt in het noorden aan de kust. De stad is beroemd om zijn middeleeuwse citadel, Ottomaanse bazaars en oude moskeeën. In de twaalfde eeuw kwamen hier ook de Kruisvaarders aan wal. Zij bouwden hier het grootste fort uit die periode. De toegangspoort heeft alleen al vier deuren achter elkaar ter verdediging. Het fort is sinds de oprichting verschillende keren vernield en weer opgebouwd. De laatste keer door de Ottomanen. Van buiten is het verschil van structuur van de muren goed te zien. Binnen zijn verschillende binnenplaatsen die allemaal met trappetjes met elkaar verbonden zijn. Het is leuk om door het kasteel te dwalen. Vanaf het hoogste platform is de stad Tripoli te zien. Overal bebouwing. Het fort is volledig omgeven door de stad. Tussen deze gebouwen ligt de souq van Tripoli. Al direct uit het fort lopen we de winkelstraatjes in. Sommige straatjes zijn overdekt. Dit biedt schaduw op warme dagen. Rami neemt ons mee naar de historische hammam.
Het badhuis is nog altijd in gebruik. Aangezien er momenteel geen klanten zijn mogen we even kijken. Ik voel mij wat bezwaard wanneer ik met mijn schoenen de vochtige badruimte in loop. Geen probleem, gebaart de jongen die ons begeleidt. Het badhuis is nog traditioneel opgezet. Leuk om hier even binnen te kijken. Door de smalle straatjes passeren we talrijke kraampjes. Hier komen nauwelijks toeristen, schat ik in. Alle handelswaar is gericht op de lokale bevolking. Ik vraag bij een klein bakkertje of ik twee stukjes zoetige cake kan kopen. Ik krijg een stukje in mijn handen gedrukt. Gratis, zegt de verkoper. Dit is de Arabische gastvrijheid. Ik bedank de man hartelijk. Verderop bekijk ik de karavanserai. De oude handelsplaats is nu ingericht met winkeltjes. Een oud echtpaar volgt onze verrichtingen. Ik laat hun enkele foto’s van Nederland zien. Ze bekijken de foto’s belangstellend. Bij het centrale plein van Tripoli staat een koffie verkoper. Hoewel veel reisgenoten koffie bestelen, sla ik over. De Arabische koffie is mij te sterk. Op de hoek van het plein staat de Sultan AbdulHamid Clocktower. De 35 meter hoge Ottomaanse klokkentoren dateert uit begin 20ste eeuw. Bij de toren staat een andere straatverkoper. Ik koop bij hem een plat brood met kaas. De tosti gaat even onder de grill. Het smaakt prima, maar het broodje is wel groot. Een oudere man die voorbijloopt en gebaart om wat eten, kijkt verbaast wanneer ik hem een groot stuk brood geef. Verheugd loopt hij verder. Als laatste in Tripoli bezoeken we de traditioneel Libanees zoetigheden winkel van Hallab 1881. De winkel is internationaal beroemd om de heerlijke baklava. Ik zie alleen grotere verpakkingen liggen. Kan ik ook enkele exemplaren proeven?, informeer ik. Loop maar even naar achteren, wordt mij aangegeven, dan kun je ze aanwijzen. In de keuken waar de baklava gemaakt wordt, wijs ik enkele exemplaren aan. Vervolgens moet ik de keuken weer uit om eerst bij de kassa af te rekenen. Heerlijk. De chauffeur heeft de bus naar deze locatie gereden.
Onder het toeziend oog van de schoolkinderen van de naastgelegen school stap ik in. Buiten Tripoli rijden we de bergen in. We maken snel hoogte in de Qadisha-vallei, wat Heilige vallei betekent. De vallei is uitgesleten door de Kadisha rivier. Langs de bergwanden van de vallei liggen enkele historisch kloosters. Sommigen zijn nauwelijks te bereiken. Zo konden de monniken in alle rust leven. We bezoeken het Sint-Antonius klooster. Het klooster achter in de vallei is niet meer in gebruik door monniken. In een klein museumpje wordt een oude drukpers getoond. Achter het museum ligt het kerkje, een in de rotsen uitgehouwen kapel en het onderkomen van de priesters. De Qadisha vallei en de kloosters zijn opgenomen op de Unesco Werelderfgoedlijst. Na het klooster gaan we hoger de bergen in. De weg draait met haarspeldbochten omhoog. Al snel passeren we de duizend meter grens. Het uitzicht op de lagergelegen vallei is schitterend. Hoger en hoger komen we. Op deze hoogte liggen nog enkele dorpjes. Uiteindelijk komen we boven de tweeduizend meter uit bij het cederbos van God. Een stukje bos met ceder bomen waarvan sommige al meer dan duizend jaar oud zijn. De cederboom is de nationale boom van Libanon en staat ook afgebeeld op de vlag. Vroeger groeide de boom op veel meer plekken in het land. Veel bomen werden in de oudheid gekapt om het hout te gebruiken. Tegenwoordig herplant men de jonge aanwas om meer cederbomen in Libanon te krijgen. Rami legt uit dat een nieuwe boom pas na tien jaar boven de grond uit komt. De gespleten bomen zijn het oudste, vervolgt hij. Deze bomen zijn minimaal 900 jaar oud. Aan het einde van de middag rijden we weer terug naar Byblos. Op de terugweg zien we nog verschillende kloosters in de Qadisha-vallei tegen de berghellingen liggen. De bus parkeert voor het hotel in Byblos. De sleutels van de kamers worden uitgereikt.
Wanneer alle sleutels uitgedeeld zijn heb ik nog geen kamer. Je hebt een gedeelde kamer, geeft de receptionist aan. Je kamergenoot heeft al de sleutel. Als ik vraag met wie ik dan een kamer deel?, blijk ik ingedeeld te zijn met een vrouwelijke reisgenoot. Dit lijkt niet de bedoeling. Er wordt even moeilijk gekeken en uiteindelijk krijg ik toch een kamersleutel. Kamer 308. Op de kamer staat geen water. Rami heeft aangegeven dat het water hier drinkbaar is. Dit betwijfel ik en ik wil het risico ook niet nemen. Ik ga op zoek naar een supermarkt. Ik loop linksaf het hotel uit. Ik ga de bocht om. Ik zie overal eettentjes, maar nergens een winkeltje. Bij de volgende bocht besluit ik het aan iemand te vragen. Bedoel je zoiets?, terwijl er achter mij naar een winkeltje gewezen wordt. Ik blijk ervoor te staan. Ik schaam mij een beetje voor mijn vraag, maar dat moet ik zeker niet doen, zegt het echtpaar. Ze kunnen er wel om lachen. Met twee flessen water en een zak chips loop ik terug. De receptionist houdt de deur open. Als je de andere kant opgelopen was, had je een grote supermarkt dichtbij gevonden, zegt hij lachend. Een goede tip voor de volgende keer. Om acht uur loop ik met een groepje Byblos in. Het is gezellig druk in het centrum. De kraampjes van de souq zijn sfeervol verlicht. Aan de andere zijde van de souq zit een leuk restaurant. De menukaart is als in zoveel restaurants allen via een QR-code te bekijken. Het restaurant heeft geen WiFi. Wat nu? De serveerster geeft haar telefoon zodat ik het menu kan raadplegen. De lijst is wat summier en het is niet duidelijk wat de verschillende pizza’s inhouden. De uitleg maakt het niet duidelijker. De keuze lijkt vooral te bestaan uit: met of zonder ham. Ik bestel een Libanese pizza met ham. Ik laat mij verrassen. We bestellen er ook een fles wijn bij. De pizza is een prima keuze. De avond sluiten we af met een drankje op het terras in de souq. Hier is het nu rustig. We zitten alleen op het terras. Waarschijnlijk sluit het terras zodra wij opstaan.