
Home > Cuba > Rondreis Cuba > Reisverslag dag 9
12 t/m 27 mei 2005 (16 dagen)
Wat slaperig staan we op. Het ontbijt is in een fraaie, maar erg donkere, koloniale ruimte. De ruimte is alleen niet erg gezellig ingericht met een grote airco in de hoek. Hier kunnen ze meer van maken. Het hotel is sowieso erg donker en somber ingericht. Om negen uur staan de fietstaxi's voor het hotel klaar voor een citytour. Vanaf het station rijden we naar de Plaza de los Trabadadores met de Iglesia de la Merced. Hier bezoeken we het nabijgelegen klooster, de kerk en de catacomben onder het altaar. Via het theater, rijden we met de fietstaxi's naar de Plaza bij de Kathedraal en de Twin-kerk, de Iglesia de la Plaza del Carmen.
Bij deze kerk met de twee identieke torens, staan op het plein diverse standbeelden van het mensen in dagelijkse bezigheden. Bij het beeld van de lezende man, poseert de man die uitgebeeld is, naast het beeld. Onze fietser, is stevig gebouwd, maar heeft het zwaar tijdens het fietsen (althans dat zegt hij). Bij een gezellig plein bezoeken we een fraaie witte kerk van buiten, maar binnen wordt de kerk gerenoveerd. Ook nemen we een kijkje in het plaatselijke ziekenhuis aan dit plein. We rijden vervolgens langs één van de oudste huizen van Camagüey, langs de Plaza de la Revolución naar de boerenmarkt. Op de boerenmarkt kunnen Cubanen goederen verkopen volgens vraag en aanbod. Iedere boerderij moet een bepaald quotum halen. Indien de opbrengst hoger is, mag men dit op deze boerenmarkt verkopen. Door het vraag en aanbod principe zijn de prijzen soms astronomisch hoog voor Cubanen. Wij verbazen ons er juist over dat de prijzen zo laag zijn. Dit impliceert dat wij met de toeristen-valuta relatief heel veel betalen. We eindigen de fietsroute bij een kerk, waar Abel probeert de pastoor te vinden om de kerk te openen. Dit lukt niet. We besluiten te lunchen in een restaurant aan het plein. Hierdoor ontgaat het ons dat dit ook het einde van de fietstocht is. Hierdoor zijn we niet in de gelegenheid om de drivers een fooitje te geven.
Na de lunch wandelen we door de stad. Het is een vreemd gezicht dat de dollar-winkels vol met spullen liggen en de Cubaanse winkels slechts enkele goederen in huis hebben. Onderweg treffen we onze fiets-driver aan en kunnen hem alsnog onze fooi geven. Hier is hij erg blij mee. Terwijl we in een café een biertje drinken, begint het flink te regenen. Tussen de druppels door lopen we terug naar het hotel. Tijdens een korte pauze op bed in de hotel kamer valt de stroom wederom uit. Dan maar even de ogen dicht. Om acht uur lopen we weer de donkere stad in op zoek naar een restaurant. Abel heeft oorspronkelijk voorgesteld bij de Cubanen thuis te gaan eten (maar dan legaal), maar door de stroomstoring kan dat niet.
Bij een restaurant, geadviseerd door de Lonely Planet, is nog geen plaats als we bereid zijn een half uurtje te wachten. In een café bij het plein bij de kathedraal nemen we daarom een drankje met de hele groep. Als we om negen uur weer bij het restaurant terug komen, is het restaurant nog niet gereed voor ons. Met zijn alleen staan we opeen in het kleine halletje te wachten. Hier staan we namelijk droog, want het regent nog steeds. Als de eerste tien naar binnen kunnen, blijkt het kamertje, amper groter dan de hotelkamer en het restaurant maar enkele tafeltjes heeft. Er zijn nog mensen aan het eten. Wonderbaarlijk snel zijn deze mensen klaar en hebben de rekening ontvangen, zodat de tweede groep naar binnen kan. De keuze bestaat uit kip of varkensvlees. Het duurt wel even voordat het eten gereed is, maar het smaakt prima. Aangezien het nog steeds regent, regelt Abel fiets-taxi's naar het hotel. Hij heeft wat moeite om er voldoende te vinden. Daarom gaan wij met z'n vieren in een oude Lada-taxi, die telkens met heel veel gassen de weg op rijdt. De ramen zijn beslagen, maar daar schijnt de taxichauffeur geen last van te hebben. Om half twaalf stappen we bij het hotel uit.