
Home > Spanje > Rondreis Andalusië > Reisverslag dag 3
14 - 25 maart 2026 (12 dagen)
Na het ontbijt verzamelen we om negen uur weer bij de bus. Ik kan mijn bagage op de kamer laten, want we komen hier vanavond weer terug. We rijden een klein stukje naar het centrum van Jerez de la Frontera. Deze regio staat bekend om de sherry productie. Omdat het Gonzalez Byass sherryhuis ons pas om tien uur kan ontvangen, bezoeken we eerst de lokale overdekte markthal. Dit valt wat tegen. Op maandag is er geen handel in verse vis en daardoor zijn de meeste kraampjes gesloten. We kan ik even de naastgelegen Conventual Church of San Francisco bewonderen. Een mooie sobere kerk. Om tien uur heet Lola ons welkom bij het sherryhuis. Zij is Spaanse, maar spreekt goed Nederlands. Zij legt uit dat het González Byass een van de bekendste en meest prestigieuze sherryhuizen van Spanje is. Het is opgericht in 1835 door Manuel María González Ángel en het groeide uit tot een wereldwijde producent van sherry, met het beroemde merk Tío Pepe als vlaggenschip. Lola neemt ons mee door de wijnkelders. Duizenden vaten liggen hier opgeslagen. Lola vertelt dat het per wijnsoort verschilt hoe lang de wijn in de eiken vaten moet rijpen. Sommige soorten liggen hier al meer dan zestig jaar. De meer gangbare sherry wordt ieder jaar gemengd met jongere versies. De sherry gaat van de bovenste rij vaten iedere keer naar een lagere oudere soort. We passeren ook de wijnkelder waar de handel ooit begon. Hier staan nog oude vaten en hier bevindt zich het kantoor van de oprichter. Na de rondleiding is het tijd voor de proeverij. Ik krijg drie glazen met verschillende soorten sherry geserveerd. Ik heb eigenlijk nooit sherry gedronken en na het proeven weet ik waarschijnlijk waarom.
Ik vind de sherry niet zo lekker. Alleen de Serena 1847, een zoetige creamy soort is nog het beste te drinken. Rond het middaguur rijden we verder naar Cádiz. Cádiz wordt beschouwd als de oudste stad van Europa (al claimt het Bulgaarse Plovdiv dit ook). Door de strategische ligging op een schiereiland aan zee, kwamen de eerste bewoners hier al in 1100 jaar voor Christus. In het historische centrum van Cádiz bevinden zich smalle straatjes, levendige pleinen en witgekalkte huizen die bescherming bieden tegen de zon. We stappen uit bij het Plaza de San Juan de Dios. Hier staat het standbeeld van Segismundo Moret, een Spaanse politicus in de Negentiende eeuw. Vanaf dit punt gaat iedereen zijn of haar eigen weg. Met een reisgenoot loop ik één van de smalle straatjes in. We gaan op weg naar de kathedraal. Afwisselend nemen we straatjes links en rechts. We komen bij de oude opgravingen van het Teatro Romano uit. Dit ligt net iets ten oosten van de kathedraal. Wanneer we bij het hek aankomen, legt de bewaker uit dat de ingang precies aan de andere zijde is. Het oude Romeinse theater werd in 1980 bij toeval gevonden na een brand in een pakhuis. Het theater dateert vermoedelijk uit de eerste eeuw voor Christus. Bij de naastgelegen kathedraal kopen we een toegangsticket voor twaalf euro
. De bouw van de kathedraal startte in 1722 en duurde 118 jaar. De Catedral de Santa Cruz van Cádiz in een imposante barokke en neoclassicistische kerk. Het gebedshuis is één van de grootste kerken van Spanje en valt op door zijn goudkleurige koepel en zandstenen gevel. Het interieur van de kerk is mooi, maar oogt ook wat rommelig door het priesterkoor midden in de kathedraal. Via een stenen trap kom ik in de crypte onder de kathedraal. In de crypte is een tijdelijk tentoonstelling van de ‘Mistery man’. Een realistisch wassen beeld hoe Jezus eruitgezien moet hebben na zijn kruisiging. De zweepslagen en verwondingen zijn gebaseerd op jarenlang onderzoek van zijn lijkwade. Als laatste beklimmen we de toren van de kathedraal. In de toren is geen trap, maar een geleidelijk oplopend opgang. Ik kan mij niet herinneren dit ooit in een kerk gezien te hebben. Alleen de het laatste stukje naar de top van de toren gaat via een smalle stenen wenteltrap. Vanaf het plateau bij de klokken heb ik uitzicht over Cádiz en de oceaan. Het is prachtig weer en de blauwe lucht steekt mooi af boven de overwegend witte huizen. In de straatjes voor de kathedraal bevinden zich terrasjes. Wij strijken op één van deze terrasje neer voor een lunch. Na de lunch wandelen we verder naar de oceaan inham aan de noordelijke zijde van de stad. Hiervandaan volgen we de boulevard. Vanaf de kade proberen vissers iets te vangen.
Het oceaanwater is prachtig blauw onder de zon. Wel staat er een stevige wind. We komen uit bij het Castillo de Santa Catalina, een verdedigingsfort uit de zestiende eeuw. Direct wanneer ik de poort passeer, kom ik op de historische binnenplaats. Rond mij de gebouwen van de oude kazerne en in het midden een klein kerkje. Alle gebouwen zijn okergeel geschilderd. Vanaf de vestingmuur zien we de oceaan. Ook zien we het La Caleta strand. Een enkeling waagt zich in het nog koude zeewater. Via het strand komen we bij een landtong die leidt naar het Castillo de San Sebastián. Een fort gelegen in zee. Wanneer we naar de ingang van het fort wandelen, voelen we de harde wind over het water waaien. Het fort is mooi gelegen, maar het fort is vervallen. We lopen tussen de barakken door. De gebouwen zijn gesloten of door hekken afgezet. Er blijkt nog een tweede eiland te liggen. Vermoedelijk was het eerste eiland te klein om alle troepen te huisvesten. Het tweede eiland is kaler. In het midden staat de vuurtoren van Cádiz. We wandelen over de vestingmuur rond het eiland. Terug in de stad lopen we in de richting van de kathedraal. Hier zijn we weer op tijd bij het standbeeld van Segismundo Moret. Ook de andere reisgenoten komen hier weer bij elkaar. Gezamenlijk wandelen we om vijf uur terug naar de bus. In een uurtje rijden we naar het hotel in Jerez de la Frontera. ‘s Avonds besluiten we in het restaurant bij het hotel te eten. Andere reisgenoten hadden hier gisteravond lekker gegeten. Ik kies voor risotto met een rood wijntje. Een prima keuze.