
Home > Suriname > Rondreis Suriname > Reisverslag dag 17
20 sept t/m 12 okt. 2006 (23 dagen)
Om negen uur hebben we de bagage weer in de boten geladen en nemen we afscheid van Meo.We varen de Tapanahony rivier weer op voor onze laatste etappe tot aan stoelmanseiland. We passeren diverse stroomversnellingen, waarbij zo nu en dan het water over de rand van de boot kwam. Gelukkig wordt het water aan de achterzijde weer weggezogen als de motor draait. Na ongeveer een uurtje varen leggen we aan bij een klein goudzoekerplaatsje. Hier blijkt praktisch niemand aanwezig te zijn. De enige aanwezige meneer vertelt ons dat de goudzoekers op bijna een uur afstand aan het werk zijn. Dit is te ver voor ons om naar toe te wandelen. Hij laat wel een kleine hoeveelheid van drie gram goud zien en John legt uit hoe het proces rond de goud winning verloopt. Stroomafwaarts zouden we misschien nog andere plaatsen tegen komen, waar we het delven van het goud wel kunnen bekijken. Aan het einde van de Tapanahony Rivier komen we op de kruising van de rivieren Lana en Marowijne rivier. Bij de Lana rivier varen we vijf minuten tegen de stroom in om bij Stoelmanseiland te komen. In de stroomversnelling komt een flinke golf water over de rand en menigeen is nat. Stoelmanseiland was het onderkomen van Ronnie Brunswijk tijdens de burgeroorlog in de jaren tachtig. Ook gaan we hier aangifte doen voor de gesloten videocamera. Vlak bij de airstrip leggen we aan
. Hier bevindt zich ook de politiepost. Als snel blijkt dat we hier ook geen aangifte kunnen doen en dat aangifte gedaan moet worden in Albina. Via het vliegveld wandelen we Stoelmanseiland op. Stoelmanseiland is tegenwoordig een stil en vervallen dorp geworden. Momenteel leven hier nog maar 200 inwoners, terwijl dit tijdens de burgeroorlog ruim 900 waren. We wandelen langs het ziekenhuis en komen uit bij de plaatselijke school. Direct komt juffrouw Sampson aangelopen. Ze heeft haar haarspelden nog in en vertelt ons hoe zij met Gods wil de school zo goed als het kan probeert de runnen. Ze vertelt dat de schoolkinderen met de schoolboot 's morgens opgehaald worden in de omliggende dorpen en naar Stoelmanseiland gebracht worden. Juffrouw Sampson geeft aan dat het moeilijk is om aan goede spullen te komen en dat het lastig is goede leerkrachten te vinden voor de school. Volgende week gaat het nieuwe schooljaar weer beginnen. Ze vraagt ons te helpen door pennen en schriften op te sturen ter attentie van haar.. We besluiten met de pet rond te gaan en geld in te zamelen voor haar. Hiermee kan zij zelf spulletjes kopen, omdat het opsturen van spullen er misschien bij in schiet in Nederland.
Onze gift wordt zeer gewaardeerd. Terug in de boot varen we richting de Marowijne rivier. Bij het begin van de Marowijne rivier, bij de splitsing van rivieren ligt een grote sula. Hier moeten de meeste van ons uit de boot, maar zijn vier personen nodig als ballast achterin de boot. Terwijl iedereen over de rotsen klautert naar de andere kant van de sula, zitten we met zwemvesten aan achterin de boot. De eerste stroomversnelling valt erg mee en we maken ons op voor de volgende. Deze blijkt er helemaal niet te zijn en we maken ons op voor de volgende. Deze is er niet meer en voor we er erg in hebben zijn we de sula gepasseerd. Was dat nou alles. Het klauteren over de rotsen blijkt veel lastiger te zijn. Aan de andere kant van de sula liggen enkele kleine bootjes, die tegen betaling een deel van de lading tegen de sula op kunnen varen. Vooral als grote inkopen in de stad (Paramaribo) gedaan zijn, is dit handig.Wij varen verder over de Marowijne rivier. De rechteroever is Suriname en de linkeroever is Frans Guyana. Even verderop leggen we aan de Suriname kant aan in het plaatsje Gakaba. Gakaba is een Jehovagetuigen-dorpje. Hier woont ook de zus van John en Henny. Zij heeft hier een winkeltje aan de baai. Gakaba ziet er veel beter onderhouden uit als bijvoorbeeld Stoelmanseiland. In het winkeltje kopen we cola en yoghurt. Op de veranda eten we de lunch. Na de lunch leidt John ons door het dorpje. We bezoeken de school. Vooral de school was veel netter dan de vorige school. Hier was geen inzameling nodig. Ook ontmoeten we de iets verlegen zus van John en Henny.
Om drie uur stappen we weer in de boot en varen door naar Mi Sa Boo. Tot onze verrassing is de overnachting op de rechteroever en dus in Frans Guyana. Leuk om hier te overnachten. We slapen bij ome Leo. Ome Leo was tijdens de burgeroorlog gevlucht naar de overzijde van de rivier en heeft met zijn familie een onderkomen ingericht. Ook heeft hij voorzieningen voor gasten om de hangmatten aan op te hangen. We richten ons kamp in door de hangmatten op te hangen. Met een beetje passen en meten passen ze allemaal onder het afdak. Daarna zochten we verkoeling in de Marowijne rivier. Vanaf de kant gaan we via een houten trap het water in omdat aan de kant steekroggen voor kunnen komen. Steekroggen kunnen gevaarlijk steken. Tijdens het baden trekken donkere wolken zich samen boven de rivier. We zijn net op tijd uit het water als een flinke regenbui los barst. We schuilen onder het afdak bij de hangmatten terwijl het water in stroompjes terug naar de rivier loopt. Het regent ongeveer een uurtje stevig door en daarna wordt het weer droog. Het is schemerig geworden. In de keuken is ondertussen het eten klaargemaakt. 's Avonds na het eten kopen we bij Ome Leo enkele flessen bier en raken we in de keuken met John in gesprek over Suriname, toerisme, politiek en Desi Bouterse.