|
Vorige - Overzicht - Cuba - Volgende Vrijdag 20 mei 2005 Met de fietstaxi door Camagüey Wat slaperig stonden we op. Het ontbijt was in een fraaie, maar erg donkere, koloniale ruimte. De ruimte was alleen niet erg gezellig ingericht met een grote airco in de hoek. Hier hadden ze meer van kunnen maken. Het hotel was sowieso erg donker en somber ingericht. Om negen uur stonden de fietstaxi’s voor het hotel klaar voor een citytour. Vanaf het station reden we naar de Plaza de los Trabadadores met de Iglesia de la Merced. Hier bezochten we het nabijgelegen klooster, de kerk en de catacomben onder het altaar. Via het theater, reden we met de fietstaxi’s naar de Plaza bij de Kathedraal en de Twin-kerk, de Iglesia de la Plaza del Carmen. Bij deze kerk met de twee identieke torens, stonden op het plein diverse standbeelden van het mensen in dagelijkse bezigheden. Bij het beeld van de lezende man, poseerde de man die uitgebeeld was, naast het beeld. Onze fietser, was stevig gebouwd, maar had het zwaar tijdens het fietsen (althans dat zei hij). Bij een gezellig plein bezochten we een fraaie witte kerk van buiten, maar binnen in renovatie. Ook namen we een kijkje in het plaatselijke ziekenhuis aan dit plein. We reden langs een van de oudste huizen van Camagüey, De Plaza de la Revolución naar de boerenmarkt. Op de boerenmarkt kunnen Cubanen goederen te verkopen. Iedere boerderij heeft een bepaalde quotum te behalen. Indien de opbrengst hoger is, mag men dit op de markt van vraag en aanbod verkopen. Deze markt is de boerenmarkt. Door het vraag en aanbod principe zijn de prijzen soms astronomisch hoog voor Cubanen. Wij verbaasden ons juist over de extreem lage prijzen. Dit impliceert dat wij met de toeristen-valuta relatief heel veel betalen. We eindigden de fietsroute bij een kerk, waar Abel probeerde de pastoor te vinden om de kerk te openen. Dit lukt niet. We besloten te lunchen in een restaurant aan het plein. Hierdoor was het wat onduidelijk dat dit ook het einde van de fietstocht was. We waren nu niet in de gelegenheid om de drivers een fooitje te geven. Na de lunch hebben we door de stad gewandeld. Het is een vreemd gezicht dat de dollar-winkels vol met spullen liggen en de Cubaanse winkels slechts enkele goederen in huis hebben. Onderweg troffen we onze fiets-driver en konden hem alsnog de fooi geven. Terwijl we in een café een biertje dronken, begon het flink te regenen. Tussen de druppels door liepen we terug naar het hotel. Tijdens een korte pauze op bed in de hotel kamer viel de stroom wederom uit. Dan maar de ogen dicht. Om acht uur liepen we weer de donkere stad in op zoek naar een restaurant. Abel had oorspronkelijk voorgesteld bij de Cubanen thuis te gaan eten (maar dan legaal), maar door de stroomstoring kon dat niet. Bij een restaurant geadviseerd door de Lonely Planet was nog geen plaats. We moesten een half uurtje wachten In een café bij het plein bij de kathedraal namen we een drankje met de hele groep. Toen we om negen uur weer bij het restaurant terug waren, was het restaurant nog niet gereed voor ons. Met zijn alleen stonden we opeen in het kleine halletje te wachten. Hier stonden we droog, want het regende nog steeds. Toen de eerste tien naar binnen konden, bleek het kamertje, amper groter dan de hotelkamer, maar enkele tafeltjes had en er nog mensen aan het eten waren. Wonderbaarlijk snel waren deze mensen klaar en hadden de rekening ontvangen, zodat de tweede groep naar binnen kon. De keuze bestond uit kip of varkensvlees. Het duurde wel even voordat het eten gereed was, maar het smaakte prima. Aangezien het nog steeds regende, regelde Abel fiets-taxi’s naar het hotel. Hij had wat moeite om er voldoende te vinden. Daarom gingen wij met z’n vieren in een oude Lada-taxi, die telkens met heel veel gassen de weg op reed. De ramen waren beslagen. Om half twaalf stapten we bij het hotel uit.Zaterdag 21 mei 2005 Naar het paradijs De bustocht naar Caya Coco stond op het programma. Het eerste van de twee stand-resorts aan de kust. Het gevoel heerst een beetje dat de vakantie naar Cuba nu voorbij is en we nu aan de strandvakantie gaan beginnen. Dit gevoel wordt versterkt omdat op het eiland Caya Coco geen Cubanen aanwezig zijn, buiten diegene die er werken. Om negen uur wordt de bus ingeladen voor het hotel. Het was dit keer weer een kleine bus, en zo klein dat de bagage ook op de achterbank opgestapeld moest worden. Dit is wel een verschil met de vorige bus. Vanuit Camagüey reden we naar het noorden (richting de kust). Hoewel hier geen snelwegen liggen, waren de wegen goed berijdbaar en schoot het lekker op. Bij Moroc pauzeerden we even bij een hotel voor een drankje, toilet en om even de benen te strekken. Naast het hotel stond een oude Nederlandse gele bus geparkeerd, een prima gelegenheid voor een foto. We vervolgden onze weg richting Caya Coco. Net voordat we de 25 kilometer lange dijk naar het eiland opreden, stopten we voor de lunch aan het meer. We bestelden de lunch en stapten daarna in enkele motorboten voor een tocht door de Mangrovebossen. Als een labyrint hangen de bomen en de wortels in het water. De boot manoeuvreert er tussendoor. Een bijzonder gezicht. Bijna aan het einde van de Mangrovebossen gaf de schipper gas en voer de speedboot in volle vaart door het slootje richting het Melkmeer. De schipper wist duidelijk de route en elke bocht. We voeren full speed het meer op en maakten een rondje. Na een half uur waren we weer terug bij het restaurant. Na de lunch stapten we voor het laatste stukje van de rit weer in de bus en vertrokken naar Caya Coco. Bij het hotel heette Abel ons welkom in het paradijs en dit bleek niet voor niets. Het 4 sterren all inclusive hotel zag er prima uit. Bij de receptie kregen we een polsbandje om en terwijl we wachten op de sleutels bestelden we alvast een Cuba Libre. De kamers waren mooi en ruim. Snel de handdoek mee en hup naar het strand. De strandbedjes werden voor ons geplaatst. We hebben gezwommen, gezond en bij de strandbar bestelden we af en toe een rondje cocktails. Toen om vijf uur de strandbar sloot, bestelden we de drankjes bij de zwembadbar. De ober kwam het dienblad vol op het strand brengen. Abel haalde er een flinke zak patat bij om ook iets te eten. ’s Avonds voor het diner prachtige foto’s gemaakt van de zonondergang bij het strand en bij het zwembad. Het avondeten was in buffet-vorm. Op bestelling bakte de koks het eten en werd salade gemixt. Een schril contrast met het eerste gedeelte van onze reis. ’s Avonds keken we naar het slot van de opgevoerde Disney-show en dansten we in de discotheek tot half een.Vorige - Overzicht - Cuba - Volgende |