|
Vorige - Overzicht - Nepal/Tibet - Volgende Vrijdag 5 oktober 2007 Basecamp Mount Everest - Tingri Tamdul zou om zes uur starten met het ontbijt. Omdat dit in de kooktent naast ons zou plaats vinden hebben wij geen wekker gezet. Om half zeven schrikken we wakker. Tamdul is te laat en de Tibetaanse gastvrouw blijft netjes wachten tot wij wakker zijn. Daarna gaat ze snel over tot actie in onze tent. Ook komen de eerste reisgenoten binnen voor het ontbijt. Tamdul schuift om half zeven snel de keuken in. Snel pakken we onze bagage in zodat iedereen kan zitten. Het ontbijt laat op zich wachten. Rond zeven uur is er nog zicht op een ontbijt en we besluiten met een groepje alvast te gaan lopen. We gaan op pad met wat müsli repen en evergreens. Buiten is het fris. Het sneeuwt een klein beetje en het is jammer genoeg geheel bewolkt. In het donker lopen we het tentenkamp uit. Aan het einde van het tentendorp kunnen we een paard-met-wagen huren. Wij lopen echter zelf de laatste vijf kilometer. Langzaam wordt het steeds lichter en de eerste zonnestralen schijnen prachtig oranje op de wolken. De weg loopt met haarspeldbochten omhoog. Wij steken de bochten af via de short-cuts. Hierdoor loopt ons pad wat steiler, maar is veel korter. Hierdoor blijken we echter ook de afslag naar het basecamp te missen en eindigen we uiteindelijk op een bergtopje zo'n honderd meter boven het basecamp. De bergtop is versierd vol met de Tibetaanse vlaggen. Officieel mogen we hier helemaal niet komen, maar het uitzicht is wel heel mooi. Van boven af zien we ook het basecamp. Het basecamp is niet meer dan de laatste militaire post op de berg. Na de controlepost worden alleen expedities toegelaten. Het eigenlijke basecamp voor de bergbeklimmers is nog twee dagen lopen. We maken foto's van waar de Mount Everest zou moeten zijn. Ook wordt vastgelegd hoe ik een sprong maak op 5.280 meter hoogte (de hoogte moeten we schatten). Zo nu en dan zien we stukjes van de Mount Everest door de wolken heen. Het is vreemd te bedenken dat zoveel klimmers op deze berg om het leven zijn gekomen. We lopen weer terug naar het tentenkamp voor het ontbijt en ook om weer op te warmen. Tijdens onze terugweg kijken we zo nu en dan nog even om naar de Everest. De berg komt steeds een beetje meer uit de wolken. Even na tien uur zijn we weer terug bij de tent, waar het ontbijt op ons staat te wachten. Achteraf blijkt dat het ontbijt nog wel even geduurd heeft. Uiteindelijk is niemand hierop blijven wachten. Het ontbijt smaakt ook na de wandeling prima (of zelfs beter). Langzaam druppelen ook de andere reisgenoten weer binnen. Af en toe komt er een kreet van buiten en snelt iedereen naar buiten voor een goed zicht op de Mount Everest. Zo nu en dan ligt de berg er prachtig bij. Iets over twaalven rijden we het tentenkamp weer af. We gaan op weg naar Tingri. Hiervoor moeten we de gehele weg door het nationale park weer terugrijden tot bijna in Shegar en daarvandaan via de doorgaande weg naar Tingri. Er is een short-cut rechtstreeks naar Tingri. De chauffeurs hebben eerst aangegeven dat ze deze route willen nemen, maar nu we op weg zijn besluiten ze het niet te doen. Hevig aandringen en de toezegging dat eventuele sleepkosten voor onze rekening zijn als we vast komen te zitten, wordt schoorvoetend ingestemd. In het laatste dorpje voor de afslag wordt moeilijk onder de bus gekeken, wordt informatie gevraagd over de kwaliteit van de weg en weer wordt moeilijk onder de bus gekeken. Een motorrijder rijdt voor ons uit de afslag op en al direct moeten we door een rivierbedding. De chauffeur rijdt de bus - bewust naar mijn mening - schuin over de hobbels, waardoor de bus hevig schuddend aan de overkant komt. Ook wordt aangegeven dat zestig procent van de weg zo gaat worden. Omdat niet iedereen in de groep deze weg ziet zitten, zit er niets anders op dan om te keren en geheel terug te rijden naar Shegar en dan door te rijden naar Tingri. Terug door de bedding schudt de bus nauwelijks (?). Deze omweg betekent wel dat we weer over de pas komen met het uitzicht over de Himalaya. Misschien hebben we nu beter zicht. Al snel wordt deze hoop ontnomen. Het is bewolkt. Tamdul stelt voor beneden pas lunchen (ook al is het nu al half vier) zodat de chauffeurs kunnen gaan tanken. We stellen de lunch uit. Als we om half vijf aan de lunch zitten (weer noodles) blijkt opeens dat het niet nodig is om te tanken. Het komt ons allemaal maar vreemd over en ik krijg het gevoel dat de chauffeurs alleen doen wat ze zelf willen doen. Tamdul legt uit dat de ene chauffeur vindt dat er getankt moet worden omdat de diesel hier goedkoper is en de andere chauffeur vindt het niet nodig. Aangezien hij de oudere is, is zijn wil wet. Tegen zessen rijden we Tingri binnen. Het hotel met uitzicht op de Mount Everest net buiten Tisgri is bezet. De reservering blijkt ook hier niet gelukt te zijn. Tambul dacht dat het wel goed zou gaan. In een hotel in het centrum is wel plek en hier kunnen we voor 10 Yuan warm douchen. Ik merk dat ik het eigenlijk een beetje zat ben. Tisgri is niet echt een enerverend plaatsje en het liefst zou ik linea recta doorrijden naar Kathmandu. Dit is alleen nog een heel eind rijden. Tot overmaat van ramp blijkt dat de plannen voor morgen veranderd zijn. Op weg naar Zhangmu zijn wegwerkzaamheden en we moeten hier of voor acht uur 's morgens voorbij of pas na acht uur 's avonds. Om tijdig voorbij de wegwerkzaamheden moeten we om vier uur 's nachts vertrekken. Een beetje argwanend hoop ik niet dat de chauffeurs nog dezelfde dag terug willen rijden naar Lhasa. We zien het wel. 's Avonds eten we in Tingri in een klein restaurantje. Het dorpje is 's avonds donker en rustig. Terug in de kamer zetten we de wekker op kwart voor vier en gaan voor een paar uurtjes slapen.Zaterdag 6 oktober 2007 Tingri - Zhangmu Om half vier wordt op de deur gebonsd. “Excuse me, you have to wake up”. Het is Tamdul die bang is dat we ons verslapen. Het is pas half vier .. Slaperig trekken we warme kleren aan, pakken de bagage in en lopen vijf minuten later naar de bus. Buiten is het behoorlijk fris. Ik stap alvast in de bus om weer verder te dutten. Om klokslag vier uur rijdt de bus weg bij het guesthouse. Buiten is het donker en dicht bij het raam is het koud.Wij proberen nog wat te slapen. Dit valt niet mee. Net buiten Tisgri houdt de asfaltweg op en gaat de weg over in zand en stenen. De bus hobbelt over de weg. De chauffeur concentreert zich in het donker op de kuilen en hobbels. Bij wegwerkzaamheden schat de chauffeur de hoogte van een hobbel verkeerd in. De achterkant van de bus komt volledig los. Achterin vliegt van alles door de bus. Yolande krijgt de inmiddels afgekoelde inhoud van een thermosfles over zich heen als de fles valt. Willem raakt met zijn hoofd het bagagerek. De voorraad waterflessen liggen door de gehele bus en alle glazen potten voor de lunch zijn gebroken. Hoewel best vervelend is er gelukkig geen echte schade. Voorin heeft chauffeur waarschijnlijk niet door wat achterin gebeurd is, want hij rijdt onverstoorbaar verder door de nacht. Rond half acht passeren we de hoge pas. Volgens de reisbeschrijving hebben we hier een mooi uitzicht. Helaas is het buiten nog donker en staat het ijs inmiddels op de ramen. We hebben een slaapzak over ons heengetrokken, en ik probeer de slaapzak zoveel mogelijk tussen mij en het raam in te houden. De kritische grens voor de wegwerkzaamheden is acht uur zijn. Naarmate de klok dichter bij acht uur komt, kijken wij met spanning vooruit of er wegwerkzaamheden zijn. Het zal toch wel kloppen? We zien enkele vrachtwagens langs de kant van de weg staan. Voorzichtig vragen we Tamdul of er wel op zaterdag gewerkt wordt? Het is inmiddels al voorbij acht uur. Tamdul geeft aan dat de weg om negen uur afgesloten wordt. Even later passeren we eindelijk werkzaamheden. Hier kunnen we vrij eenvoudig langs rijden en wij nemen aan dat we het kritieke punt bereikt hebben. Tamdul geeft aan dat we nog meer werkzaamheden tegen komen. In het plaatsje, 33 kilometer voor de grens passeren we een slagboom. De chauffeur zwaait naar de man bij de boom en ze zijn duidelijk opgelucht dat we het gehaald hebben. We zitten nu op het baanvak naar Zhangmu. Als de slagboom dicht had gezeten hadden we hier tot acht uur ’s avonds moeten wachten. Even verderop is tijd voor een toiletstop en er wordt getankt. Al snel buiten het plaatsje wordt aan de weg gewerkt. De gehele weg wordt aangepakt. Wat ons nu pas duidelijk wordt is dat er over de laatste 33 kilometer aan de weg wordt gewerkt. De weg wordt verbreed, langs de rotsen worden muren geplaatst tegen vallend gesteente en bruggen worden vervangen. Vele honderden bouwvakkers zijn in kleine groepjes aan het werk. Overal gebeurt wel iets. Langs de kant van de weg staan tenten waar ’s nachts geslapen worden. Doordat we in een kloof afdalen is het landschap veel groener, maar vooral ook veel natter. Diverse watervallen passeren de route en de weg is vaak modderig. Zhangmu ligt ruim duizend meter lager dan de Tibetaanse hoogvlakte. De weg naar Zhangmu loopt door een steile kloof. De weg loopt langs een richel uitgehouwen uit de berg. Zo nu en dan moet de bus door een bergstroom rijden omdat de brug herbouwd wordt. Ook rijdt de bus op sommige stukken vlak langs de rand van het ravijn. Het ravijn is op veel plaatsen honderden meter diep. Geen prettig gezicht, zeker niet omdat de bus hevig schut door de kuilen en hobbels in de weg. Niet iedereen vindt dit leuk en sommigen geven er de voorkeur aan de weg verder lopend af te leggen voor eigen veiligheid. Qua tijd maakt dit niet zoveel uit, want de bus staat geregeld vast om bouwverkeer het werk te laten doen. We begrijpen nu wat bedoeld werd met “wegwerkzaamheden” en vooral waarom we er na negen uur niet meer langs kunnen. Alle twijfel over de bedoelingen zijn weg. Eigenlijk is de weg tijdens deze werkzaamheden niet te berijden, maar er is geen alternatief. Als de bus opnieuw stil staat bij een vrachtwagen die aan het lossen is, besluiten we allemaal te gaan wandelen. Dit geeft ons uitzicht over de prachtige vallei. Soms passeert de bus ons, en soms wij weer de bus. Ook is het leuk om te zien hoe de wegwerkers aan het werk zijn. Al wandelend komen we aan in Zhangmu, de grensplaats tussen Tibet en Nepal. Lange rijen vrachtwagens staan langs de kant van de weg geparkeerd. Waarschijnlijk staan deze wagens voor de grens te wachten of wachten ze op goederen uit Nepal om over te laden voor Tibet. Dit betekent wel dat al deze vrachtwagens ook heen en weer rijden over de weg die wij net afgelegd hebben. Dan valt onze tocht met de bus nog wel mee. Het hotel ligt in het centrum. Eigenlijk is Zhangmu niet veel meer dan één doorgaande weg die met enkele haarspeldbochten tegen de berg aangeplakt ligt. Onderaan is de Chinese grenspost, waarna een gedeelte van tien kilometer niemandsland komt. Helemaal onderaan, precies halverwege de brug is de grens met Nepal. We lunchen in het hotel en ’s middags lopen we het stadje door. Het is grappig om het grote verschil tussen de Tibetaanse en Nepalese vrachtwagens te zien. De vrachtwagens uit Nepal, Tata’s geheten, zijn zwaar beschilderd en versierd tot ware kunstwerken. De Tibetaanse wagen zijn onopvallende grauwe vrachtwagens puur voor het vervoer van goederen. In Zhangmu worden de goederen overgeheveld. ’s Avonds slapen we met zijn vieren in een wat muffe kamer in de kelder van het hotel. Net voordat we gaan slapen ontstaat er grote consternatie in de kamer naast ons. Een grote spin (en hij is echt groot) heeft zich genesteld op het raamkozijn. Nadat de spin door Loek naar buiten is gebracht, gaan iedereen slapen.Vorige - Overzicht - Nepal/Tibet - Volgende |