|
Vorige - Overzicht - Nepal/Tibet - Volgende Vrijdag 21 september 2007 Jokhang Klooster - Sera Klooster Jokhang Klooster - Sera Klooster ’s Morgens blijkt de pizza van gisteren niet zo goed gevallen te zijn. De darmen zijn flink van slag. Dan maar toast en thee als ontbijt. We zitten juist extra vroeg aan het ontbijt omdat we vroeg bij het klooster van gisteren willen zijn om de gebeden van de monniken bij te wonen. Vanaf het hotel wandelen we richting het klooster. Het is buiten op straat best fris om deze tijd en hoewel het net licht is geworden is er al volop bedrijvigheid op straat. Om klokslag acht uur arriveren we bij de tempel. Het gordijn is nog gesloten. Voor de deur ligt een bonte verzameling van slippers en door het spleetje van het gordijn zien we de monniken eten. Wij twijfelen wat te doen. Moeten we wachten of kunnen we naar binnen stappen? Een monnik die buiten met zijn gebed bezig is gebaard dat we naar binnen mogen gaan. Als wij onze schoenen uit willen doen, geeft hij aan dat dat niet nodig is. Voorzichtig stappen we naar binnen en worden gadegeslagen door een veertigtal monniken. Onverstoorbaar gaan ze door met eten. Het is doodstil en alleen het gesmak van het eten is hoorbaar. De monnik die wij gisteren tegen kwamen tijdens het gebed, zit als derde op de rij. Hij kan zijn lach nauwelijks bedwingen dat hij ons zo vroeg in de tempel ziet. Elke keer als hij onze kant op kijkt heeft hij weer binnen pret. De andere monniken die we ontmoet hebben zien we zo snel niet zitten. Na het eten worden de kommen schoon gemaakt en begint het gebed. Met de lage stemmen worden de gebeden opgezegd, af en toe bijgestaan door een bel. Het is erg indrukwekkend om dit mee te maken. Ruim een half uur blijven we aandachtig luisteren en kijken. Om kwart voor negen verlaten we de monniken voor een bezoek aan de Jokhang met de hele groep. De Jokhang Tempel is de meest heilige tempel van Tibet. Op het Barkhor Square ontmoeten we de andere reisgenoten. Thasi is aan de late kant, maar als hij er is willen we naar binnen gaan. Dan blijkt dat de tempel pas vanaf elf uur geopend is voor toeristen en dat nu alleen pelgrims naar binnen mogen. Er zit niets anders op dan te wachten. Op één van de dakterrassen nemen we een thee en genieten van het uitzicht over het plein. Het toilet blijkt hier een grote uitdaging. Het restaurant blijkt zelf geen toilet te hebben. Het lijkt me sterk dat het personeel zelf nooit hoeft en na enig aandringen loopt een serveerster mee naar het toilet. Dit blijkt buiten te zijn en als we twee bochten om zijn wijst ze naar een openbaar toilet. Dit toilet is, net zoals de meeste toiletten in Tibet, niet meer dan een gat in de grond. Ik doe mijn ding en probeer verder niets aan te raken en zorg dat ik weer zo snel mogelijk buiten sta. Tegen elf uur staan we weer voor de Jokhang. Iedereen is er behalve de gids. We besluiten om zelf naar binnen te gaan omdat de tempel tussen de middag sluit. We zijn niet alleen in de tempel. Vele honderden pelgrims bezoeken ook de tempel. Het verschil is alleen dat wij betalen en pelgrims gratis naar binnen mogen. Wij lopen met de klok mee door de tempel tussen de hekken door. Als we de eerste bocht om zijn sluiten we achter aan de rij met pelgrims die stil staan om de kapelletjes te bezoeken. Aan de andere kant van het hek gaat de rij vrolijk verder. Terwijl wij staan te wachten worden we links en rechts door Tibetaanse pelgrims ingehaald. Ze duwen ons letterlijk opzij. Het heeft iets dubbels dat dit voor hen een heilige plek is, maar aan de andere kant willen wij de tempel ook bezoeken. We besluiten met z’n zessen op een rij te gaan staan, zodat er niemand omheen kan. Bijna niemand dan, want oude vrouwtjes kruipen nog steeds tussen ons door. Vreemd allemaal. Als de ingang van de hoofdtempel eindelijk in zicht komt, zien we dat toeristen vanaf de andere kant toegelaten worden. Dit lijkt de route te zijn voor de betalende bezoekers. Al snel worden wij in de rij gelokaliseerd en mogen naar de andere rij. De ingang van de hoofdtempel bestaat uit één rij pelgrims, één rij terugkerende pelgrims en daartussen één rij met toeristen. De pelgrims volgen hun tocht langs de kapelletjes. Door de drukte blijven wij op het middenterrein van de tempel en proberen het niet eens meer de tempels in te komen. Ook bij de kapel van Jowo Sakyamuni met de afbeelding van Sakyamuni is het zo hectisch, dat we besluiten om ons hier niet tussen de pelgrim-rij te mengen. We respecteren de gelovigen en laten deze kapel aan de pelgrims. We nemen de trap naar de eerste verdieping, naar de mooie maar minder belangrijke kapelletjes. We sluiten af op het dak. Vanaf het dak hebben we uitzicht over de gebouwen van de Jokhang, het Barkhor Square en in de verte het Potala paleis. ’s Middags rijden we met de bus naar het Sera klooster, ruim vijf kilometer buiten Lhasa. Thasi is nu wel aanwezig (het zou ’s morgens ook niet mogelijk geweest zijn om in de drukte een rondleiding te geven in de Jokhang). Hij vertelt ons over het Sera College, over de historie en over de verschillende Boeddha afbeeldingen. In het Sera klooster bezoeken we het debatteren van de monniken. In de binnentuin gaan de monniken met elkaar in discussie over het Boeddhisme en gebruiken hierbij volop hand- en voetgebaren om de anderen te overtuigen. Dit geeft mooie fotomomenten, maar hierdoor is het ook wel erg toeristisch. We dwalen door het kloostercomplex langs de Main Hall, de drukkerij en langs de verblijven van de monniken. Aan het einde van de middag rijden we terug naar Lhasa.Zaterdag 22 september 2007 Lhasa - Samye Klooster Om negen uur staat de bus gereed voor het hotel. Thasi blijkt ziek te zijn en Gonbo gaat vandaag mee als gids. Het spreekt minder goed Engels en het is zijn eerste gids-ervaring. Ook Herman gaat niet met ons mee. Hij is de afgelopen dagen ziek geweest en blijft twee dagen in Lhasa. We rijden vandaag naar het Samye kloostercomplex. Hier zullen we twee nachten overnachten. Omdat we niet alle bagage tijdens deze dagen nodig hebben, laten we een deel van de bagage in het hotel. We rijden Lhasa uit via dezelfde weg hoe we van de week binnen zijn gekomen. We passeren de Yellow River en rijden langs het vliegveld. Onderweg bezichtigen we het Nyeitand Drolmalhakang Klooster enkele tientallen kilometers buiten Lhasa. Gonbo probeert uitleg te geven, maar hij weet eigenlijk te weinig van het klooster om er iets zinnigs te kunnen vertellen. Met de Lonely Planet in de hand komen we ook het nodige te weten. Vooral de oude versleten gebedsmolens in de kora vind ik erg bijzonder. Als we verder doorrijden naar Samye horen we opeens een flink gesis onder de bus vandaan komen. Een lekke band!. Het blijkt dat de achterband lek is, maar omdat we dubbele achterwielen hebben, en het nog vijf minuten rijden is, besluit de chauffeur snel door te rijden. De vijf minuten blijkt niet helemaal te kloppen. Na vijftig minuten rijden komen we bij het overstappunt. Gelukkig heeft de band het gehouden. We laden de bagage uit en leggen alle spullen op de oever. In de verte komt een open houten boot aanvaren. Als de boot aangemeerd is, wordt de bagage snel ingeladen. Als we net op weg zijn komt de bemanning met reddingsvesten aan. Lacherig slaan we de oude versleten vesten af, maar het blijkt verplicht te zijn voor toeristen. Waarschijnlijk zwemt het makkelijker zonder het vest, maar goed, we doen ze om. We varen in ongeveer een uurtje naar de overzijde en onderweg eten we ons lunchpakketje op. Weer op het land stappen we over in een klaar staande bus. De bagage gaat op het dak. In de bus zijn precies genoeg stoelen. Via een hobbelige weg rijden we in nog geen half uur naar het Samye klooster. Bij het klooster ligt een prima terras en hier bestellen we een drankje. Er blijkt een probleem met de kamerindeling te zijn. Ondanks dat de kamerindeling al vooraf doorgegeven was, blijken er nu vooral drie-persoonskamers te zijn in plaats van twee. Doordat wij één tas meegenomen hebben met z’n tweeën is opsplitsen voor ons wat lastig. Voor anderen geldt dit minder en het probleem is ook weer snel opgelost.’s Middags leidt Gonbo ons rond door de Samye klooster. De tempel is de oudste tempel van Tibet. Tijdens de culturele revolutie is de tempel zwaar beschadigd door de Chinezen, maar is inmiddels helemaal hersteld. Zo nu en dan zie je de restauratie duidelijk. Gonbo laat ons ruimtes in de tempel zien, die normaal niet toegankelijk zijn. Ook bezoeken we de slaapkamer van de Dalai Lama. De uitleg van Gonbo is soms lastig te volgen en regelmatig vraagt hij monniken om uitleg wat hij voor ons vertaalt. Zo krijgen we toch een goed beeld van de tempel. Na de rondleiding wandelen we over het kloosterterrein en langs de vier kleurige Stupa’s. ’s Avonds eten we met de groep in het restaurant Friendship in het dorpje buiten de kloosterpoort. Ik heb inmiddels flinke trek gekregen. Helaas komt mijn Yak-soep niet gelijk met de andere soepen. Ook de momo’s (deeg met groente) worden laat geserveerd. Als allerlaatste, als ik de momo’s al op heb en iedereen klaar is met eten, komt een schaaltje Yak-vlees, aardappelen en rijst. Op de kaart wordt dit – onder grote hilariteit - aangewezen als Yak-soep. Waarschijnlijk sluit de Engelse vertaling niet aan bij de Chinese. Ik neem een paar happen, maar ben eigenlijk al verzadigd. Vorige - Overzicht - Nepal/Tibet - Volgende |