|
Vorige -
Overzicht -
Noorwegen -
Volgende
Maandag 27 augustus 2001
Gardermoen - Hamar - Gjøvik
Even over half negen vertrokken we voor een negendaagse excursiereis naar Noorwegen. Adri Oudshoorn bracht ons weg naar Schiphol. Om tien minuten over half elf zou het vliegtuig van Scandinavian Airlines opstijgen. Bij de oprit naar de snelweg A44 leek het even mis te gaan. Het verkeer stond helemaal stil. Een politieauto passeerde ons al met luide sirenes over het naastgelegen fietspad. Gelukkig bleef de file beperkt omdat het ongeval net na de Kaagbrug plaats gevonden had. Hier zaten enkele auto's op elkaar. De verdere rit naar Schiphol verliep vlot. Na het inchecken hadden we nog ruim een uur de tijd. Met een prachtig uitzicht over zonnig Schiphol met de landende vliegtuigen vermaakten we ons. Gelukkig zagen we ook het SAS-vliegtuig landen en aanmeren aan pier B17, onze pier. Een kwartier voor vertrek konden we aan boord van de fokker 50 en om precies tien minuten over half elf vertrokken we op weg naar luchthaven Gardermoen bij Oslo in Noorwegen. Bij het opstijgen was Amsterdam goed te zien en door de lichte bewolking ook Monnikendam en Edam. De vormen van het IJsselmeer waren goed waar te nemen. De vlucht zou vijfentachtig minuten duren.
 | | De schaatshal van Hamar. |
In die tijd hebben we de Telegraaf doorgelezen en natuurlijk genoten van een simpele maaltijd met koffie toe op het kleine tafeltje. Na enige tijd dook de kust van Noorwegen op met de vele eilandjes voor de kust. We landden op luchthaven Gardermoen op de verwachte tijd. Hier maakten we al snel kennis met de reisleider en de medereisgenoten. De eerste contacten zijn leuk en het lijkt een gezellig gezelschap. Dat moet je natuurlijk altijd nog maar treffen. We zijn in totaal met een club van 21 personen. Een lekkere kleine groep en dat betekent als bijkomend voordeel veel ruimte in de bus. De bus werd gebeld door Ruud, de reisleider, en deze bus kwam al snel voorrijden. Vanaf het vliegveld reden we de hoofdweg op richting Hamar. Uiteindelijk zouden we overnachten in Gjøvik. Hamar (27.000 inw.) is gelegen aan het Mjøsa-meer. Het Mjøsa-meer is het grootste meer van Noorwegen met een totale lengte van meer dan honderd kilometer.
Hamar is vooral bekend van de Olympische Winterspelen in 1994. Voor deze spelen is in Hamar de Olympische schaatshal (1994) gebouwd. De hal heeft de bijnaam Vikingskipshal. Deze ijshal doet namelijk qua vorm sterk denken aan een omgekeerd Vikingschip. Vooral de overnaadse bouw is hiervoor typerend. Veel Nederlandse schaatssuccessen zijn in deze hal behaald. Helaas was het Vikingschip in gebruik voor een expositie en niet toegankelijk voor rondleidingen. Als alternatief hebben we vervolgens een bezoek gebracht aan de 12e eeuwse kathedraal van Hamar. De Dom is in 1567 grotendeels door brand verwoest en onherstelbaar beschadigd. De resten zijn echter bewaard gebleven. In 1998 heeft men om de resten te beschermen tegen weersinvloeden de kerk voorzien van een glazen omhulsel. De kerk hebben we enkel van buiten bekeken. Naast de kerk lag het Hedmarksmuseum. Dit museum biedt onder andere onderdak aan diverse oude boerenwoningen. Hoewel we het museum niet bezocht hebben was in de omgeving goed te zien hoe daken vroeger, maar vaak tegenwoordig ook nog, in Noorwegen aangelegd worden met graszoden.
 | | De restanten van de dom van Hamar |
Dit is een goedkope manier van dakbedekking. Eerst wordt het dak voorzien van houten platen, daarna beukenschors. Vervolgens wordt de eerste laag zoden met de graskant naar beneden neergelegd en tenslotte de graszoden met het gras naar boven toe. Deze dakbedekking schijnt zo'n dertig jaar goed te blijven en waterdicht.
Na de bezichtiging van de Dom verlieten we Hamar en vervolgde onze route langs het Mjøsa-meer richting Gjøvik. Gjøvik (26.000 inw.) ligt aan de andere zijde van het meer. Op de plek waar het Mjøsa-meer wat smaller is, passeerde we het meer via de brug.
Gjøvik ligt iets terug dus reden we weer langs het meer naar beneden richting de overnachtingplaats. In Gjøvik brachten we eerste een bezoek aan de Fjellhall (1992). Dit ijsstadion is volledig uitgehouwen uit de rotsen en het is de grootste uitgehouwen ruimte uit rotsen ter wereld. In totaal kunnen er 5500 personen in. De hal is ook gebouwd voor de Olympische Winterspelen van 1994. In het ijsstadion waren afbeeldingen van rotsfiguren uit de oudheid opgenomen die vroeger in grotten gevonden waren. Deze rotstekeningen fungeerde tevens voor de symbolen van de sporten tijdens de winterspelen '94. Hierna vertrokken we richting ons hotel, het Strandhotel in het centrum van het dorp. De kamer was netjes en ingericht met een apart zitje. Hier hebben we een glaasje wijn gedronken (zelf meegenomen) en een zakje chips uit de minibar. Nog even voor het eten hebben we Gløvik verkend. Zo zijn we langs het kerkje van Gløvik gelopen en hebben het grote winkelcentrum bezocht. Nadat we het pittoreske station van Gløvik bekeken hadden gingen we terug naar het hotel voor het diner. We waren net met de eerste spetters binnen en daarna zette de bui flink door. Als maaltijd kregen we zalmmoot met aardappelen. Zalm is natuurlijk de Noorse specialiteit. We hebben nog enige tijd nagetafeld en na een avondwandelingetje nog een glaasje wijn gedronken en onder de wol.
Dinsdag 28 augustus 2001
Gjøvik - Lillehamer - Trondheim
Om kwart over zeven werden we al gewekt via de telefoon. Vandaag stond de langste route van de hele reis op het programma naar Trondheim. In totaal leggen we bijna vijfhonderd kilometer af. En met al die bergweggetjes in Noorwegen gaat het allemaal niet zo snel. Het ontbijt was goed met veel keuze. We hebben samen ontbeten met Paul en Truus uit Sittard. Zo langzamerhand leer je het hele gezelschap kennen. Na het ontbijt hebben we de koffers in de bus gezet en om acht uur precies vertrok de bus. De route liep eerst via de oevers van de Mjøsa-meer richting Lillehammer. Lillehamer (23.000 inw.) is een plaatsje aan de noordkant van het Mjøsa-meer en net als Hamer en Gløvik bekend van de Olympische Spelen. We bezochten dan ook de skischans Lysgärdsbakken van Lillehammer. De bus kon tot in de arena komen. Helaas waren er geen spongen bezig. Hoewel er geen sneeuw ligt natuurlijk, kan er in de zomer gesprongen worden op de kunstbaan net naast de hoofdpiste. Samen met Jos heb ik de trap langs de piste beklommen en op ongeveer honderd meter hoogte hebben we foto's gemaakt van het prachtige uitzicht over Lillehammer en het Mjøsa-meer.
 | | De Olympische skischans van Lillehammer |
De trap telt 954 treden, maar we zijn niet geheel tot de top geweest. Aangezien het behoorlijk fris was bovenop en omdat we de andere passagiers niet wilde laten wachten zijn we op drie-kwart weer teruggekeerd. De klim naar beneden was eigenlijk lastiger omdat je dan de diepte in kijkt. Gelukkig hadden we allebei geen hoogtevrees. Na Lillehammer ging de reis door naar Hunderfossen waar het Norsk Vegmuseum (het Noorse wegmuseum) gevestigd is. Ruud de reisleider was hier erg van onder de indruk. Toen we arriveerde was het museum officieel nog niet open. Maar de deuren werden alvast voor ons geopend zodat we er al voor tien uur in konden. Binnen was te zien hoe in de afgelopen decennia de Noren hun wegenplan gemaakt hebben en hoe wegen, viaducten, bruggen en tunnels gemaakt zijn, tussen het bergachtige landschap. In een diashow werd aangegeven hoe ingespeeld werd op de snel groeiende stroom auto in de jaren zestig en in de filmzaal werd een film getoond over de bouw van de langste tunnel van Europa, de Lærdaltunnel. Deze tunnel is ruim 24 kilometer lang en vormt de laatste directe schakel tussen Bergen en Oslo. Tot op heden moesten de auto's rond Lærdal nog altijd de veerboot nemen of flink omrijden via het zuiden. Aan de tunnel is acht jaar gewerkt en de tunnel is nog maar net geopend (2001). Later op onze reis zullen we in de buurt komen van deze tunnel. Waarschijnlijk zullen we de tunnel zelf niet nemen, omdat 24 kilometer door een tunnelbuis niet echt spectaculair is. Ruud had duidelijk gelijk gekregen en het museum was erg indrukwekkend. Na het museum en op weg naar Trondheim verlieten we de hoofdweg om de Peer Gynt route (Peer Gyntvei) te volgen. Peer Gynt is een Noorse legende die in het hooggebergte van het Gudbrandsdal leefde. De Noorse componist Edvard Grieg (1843 - 1907) heeft de bekend Peer Gynt suites (1888) geschreven. De route trok dwars door het uitgestrekte en grillige landschap. Door de vennen en de rotsen leek het veelal op een maanlandschap. De route liep grotendeels boven de boomgrens. Deze grens ligt in Noorwegen echter al op negenhonderd meter. Op het uitzichtpunt was gelegenheid om foto's te maken. Echter lang heeft dit niet geduurd, want door de ijzige wind was het niet lang fijn toeven. In de bus was het een stuk aangenamer om de Peer Gynt route verder te volgen. Ondertussen werd ook de Peer Gynt suite van Grieg gedraaid. In het plaatsje Vinstra (2500 inw.) pakten we de route weer op richting Trondheim. Volgens de legende heeft Peer Gynt in dit plaatsje geleefd. Het dorpje heeft zich volledig gestort op de lengende van Peer Gynt om enig toeristisch winst te behalen. Vanaf dit punt hebben we de hoofdroute weer opgepakt.
 | | Trondheim in de avond. |
In Dombås hield de bus even pauze voor de lunch bij een zelfbedieningsrestaurant. Hier hebben we ons tegoed gedaan aan een lunch met broodjes zalm en garnalen. Tegenover de eetgelegenheid lag het leuke kerkje van Dombås. Na de lunch reden we door richting Trondheim. Een lange zit door het Gauldal. De route en het landschap wordt richting Trondheim steeds grimmiger en de hoogteverschillen in de bergen steeds extremer. Het is duidelijk te zien dat de bergen richting de kust steeds hoger en steiler worden. Ruud vertelde onderweg over de geschiedenis van Noorwegen. Helaas heb ik tussen de inval van de Vikingen in Normandië en in Sicilië rond 900 en de koning Haakon rond 1200 zat een klein gaatje in het verhaal omdat ik even de ogen gesloten heb. Hierdoor schoot de reis naar Trondheim wel lekker op. Rond half zes bereikte we Trondheim en kwamen bij het hotel aan. Helaas lag het hotel in een buitenwijk en vrij ver van het centrum vandaan. Om de kamer namen we een wijntje. Het eten was toevalligerwijs weer zalm. De hotels weten immers van elkaar niet wat zij serveren. Na het eten hebben we een wandeling gemaakt naar het centrum van Trondheim. Het regende lichtjes in het begin, maar de paraplu kon snel ingeklapt worden. De route naar het centrum was een flinke trip. De route liep voornamelijk bergafwaarts. Dit betekende niet veel goeds voor de terugweg natuurlijk. We probeerde de route goed in ons op te nemen, want de kaart die we hadden van Trondheim was niet zo duidelijk. Bij het stadion vroegen we de weg naar het centrum. We konden via het universiteitsterrein richting de brug lopen. De brug kwam uit bij de Dom van Trondheim. De Dom lag er prachtig bij in de weerspiegeling van het water, zoals ook de rest van de stad. We vervolgden onze route naar de haven. Onderweg hebben we een van de luxe hotels aangedaan voor een sanitaire stop. Aan de haven lagen de visserboten en de fraai gekleurde pakhuizen. Via de Gamle Bybro (1681), de oude of rode brug over de Nidelva zijn we teruggekeerd naar het hotel. Aangezien we een andere route namen hebben we onderweg drie keer de weg moeten vragen. Om even voor elf uur waren we terug in het hotel na een tochtje van zo'n twaalf kilometer. We hebben nog een glaasje genomen en zijn gaan slapen.
Vorige -
Overzicht -
Noorwegen -
Volgende
|